Terugblik op het toezicht jeugd

Hieronder staat een overzicht van waar wij het afgelopen jaar aan hebben gewerkt in het toezicht op jeugdzorg en jeugdhulp.

1. De toenemende samenwerking met gemeenten

In 2018 heeft de IGJ de samenwerking met het Wmo-toezicht verder versterkt. IGJ-inspecteurs en Wmo-toezichthouders werkten op verschillende manieren samen. Bij 22 jeugdhulpaanbieders hielden we samen toezicht of stemden we onze toezichtactiviteiten op elkaar af. We hebben daarbij gekozen voor aanbieders waarvan we vermoedden dat de kwaliteit van zorg er mogelijk niet goed was.

Een van de gevolgen van het toezicht was dat de betrokken wethouders hun verantwoordelijkheid namen. Soms betekende dat zelfs dat ze het contract met een aanbieder opzegden en een contract sloten met andere. Zo bleven de jeugdigen de zorg krijgen die ze nodig hadden.

In ons contact met gemeenten bespreken wij met ambtenaren en wethouders hoe zij invloed kunnen hebben op de kwaliteit van zorg. Bijvoorbeeld door eisen aan de kwaliteit te laten meewegen als ze jeugdhulp inkopen. We wijzen ze op gemeenten die er meer ervaring mee hebben of goede praktijkvoorbeelden zijn. Zo kunnen ze van elkaar leren. Op die manier dragen we met ons toezicht bij aan het verbeteren van de zorg.

Voor het goed uitvoeren van alle jeugdhulptaken, is het belangrijk dat gemeenten samenwerken. De gemeenten hebben daarom 42 samenwerkingsverbanden voor de jeugdhulp ingericht. Een gemeente kiest natuurlijk zelf wanneer op welk niveau samenwerken het beste is: lokaal, regionaal of landelijk. De inspectie ziet dat samenwerken om lokale politieke redenen steeds meer onder druk komt te staan.

In april 2018 deden de IGJ en de Wmo-toezichthouder van regio GGD Noord- en Oost-Gelderland samen onderzoek bij Zorgboerderij Vergeet me nietjes. De conclusie was dat de zorgboerderij geen goede zorg leverde. De gemeenten hebben daarom het contract opgezegd. Volgens de VNG is dit een goed voorbeeld van een Wmo-toezichthouder die snel en daadkrachtig optreedt.

2. Kleinschalige zorgaanbieders

Het aantal nieuwe aanbieders in de jeugdhulp blijft groeien. Vooral bij de kleinschalige hulpvormen zoals zorgboerderijen, gezinshuizen of kleine zorgorganisaties.

Binnen het domein Jeugd werkt de inspectie aan verschillende activiteiten om de kwaliteit, veiligheid en professionele ontwikkeling bij de aanbieders te verbeteren. Om effectiever en efficiƫnter te werken, richtten we in 2018 onze aandacht vooral op de hoofdaannemers. Dit zijn aanbieders die niet alleen zelf zorg leveren, maar daar ook andere aanbieders voor inschakelen. Vaak gaat het daarbij om kleinschalige zorg.

In 2018 heeft de IGJ 57 kleinschalige jeugdhulpaanbieders bezocht om hun kwaliteit te beoordelen. Verder bezochten we nog verschillende nieuwe aanbieders, onder andere kleinschalige. Sommige van hen moesten verbetermaatregelen nemen om de kwaliteit op orde te krijgen. Bijvoorbeeld de medicatieveiligheid verbeteren. Daarnaast lopen er op dit moment een paar handhavingstrajecten bij kleinschalige aanbieders van jeugdhulp.

Het is belangrijk om de kracht van kleinschalig werken te bewaren. Dat kan alleen als beroepsverenigingen van professionals in een kwaliteitskader beschrijven wat goede kwaliteit is. Jeugdigen die zorg krijgen hebben vaak ingewikkelde problemen. Daar komt bij dat je sommige jongeren niet bij elkaar wilt plaatsen. Bijvoorbeeld slachtoffers en daders van loverboypraktijken. Gezinshuizen en zorgboerderijen bieden veel verschillende soorten hulp. Een kwaliteitskader moet hier overal goed bij aansluiten.

De sector is afgelopen jaar op verzoek van de inspectie aan de slag gegaan met een kwaliteitskader voor gezinshuizen. Het domein Jeugd was betrokken bij het schrijven van kwaliteitskaders voor gezinshuizen en ook dat voor zorgboeren. We hebben de ontwerpen kritisch meegelezen. Het is nu zaak dat de sector het kwaliteitskader invoert en gaat gebruiken.

Wij willen dat elke jeugdhulpaanbieder die dit beroepsmatig doet bij ons in beeld is. En ook weet welke kwaliteitseisen gelden. Te vaak kennen nieuwe aanbieders die onvoldoende, terwijl zij al vanaf het begin moeten voldoen aan die kwaliteitseisen. Daarom wil de inspectie dat nieuwe aanbieders zich verplicht moeten melden via het portal van het CIBG.

In 2018 heeft het Nivel het verloop van dit toezicht op kleinschalig zorgaanbod onderzocht. Hierdoor kunnen we ons toezicht in de toekomst beter laten aansluiten bij de sector.

Gezinshuisouders aan het woord in het Nivel-rapport:

We kregen de avond van tevoren een telefoontje. Aan de ene kant vind ik dat natuurlijk heel goed dat de inspectie onverwacht langskomt. Je moet toch altijd zorgen dat je op elk moment van het jaar alles op orde hebt. Maar het heeft natuurlijk wel wat impact op een kleine organisatie.

Het was een leermoment, gaf de mogelijkheid om te sparren. We hebben een goed gesprek gehad met inspecteurs, op gelijkwaardig niveau. Dat heeft ons aan het denken gezet, maar ook omgekeerd. Het waren begripvolle inspecteurs.

Het bezoek was nuttig, je kreeg een spiegel voorgehouden: waarom doe je het op een bepaalde manier?

>Terug naar de inhoudsopgave Terugblik 2018

Zie ook