Verscherpt toezicht voor Het Schild

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft Stichting Het Schild onder verscherpt toezicht gesteld. Het verscherpt toezicht heeft betrekking op de vestiging voor blinden en slechtzienden in Wolfheze. De maatregel is ingegaan op 26 november 2019 en duurt zes maanden.

Wat is er aan de hand?

De inspectie ziet bij Het Schild tekortkomingen op de thema’s ‘deskundige zorgverlener’, en ‘sturen op kwaliteit en veiligheid’. Dit kan leiden tot risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.

In oktober 2018 bezocht de inspectie Het Schild. De inspectie concludeerde toen dat Het Schild niet voldeed aan 10 van de 14 getoetste normen. Het Schild moest haar zorgaanbod voor medio september 2019  verbeteren. De inspectie volgde dit proces en wees de zorgaanbieder meerdere  keren op haar verantwoordelijkheid om goede en veilige zorg te leveren.

Een jaar later, in oktober 2019, stelt de inspectie vast dat de kwaliteit van zorg nog steeds tekortschiet voor 7 van de 14 opnieuw getoetste normen. Het ontbreekt zorgverleners aan voldoende kennis en kunde om in te spelen op de steeds complexere doelgroep. Dat levert risico’s op voor de veiligheid van cliënten. Daarnaast heeft de inspectie zorgen over de cultuur binnen Het Schild. Het lukt niet om een voldoende veilig leer- en verbeterklimaat te ontwikkelen en te behouden. Soms is er weerstand tegen maatregelen om de zorg te verbeteren. Die houding belemmert het lerend vermogen van zorgverleners. 

De inspectie twijfelt aan het vermogen van de zorgaanbieder om zich zelfstandig te verbeteren. Om die reden vindt de inspectie het belangrijk dat de zorgaanbieder prioriteiten stelt in haar verbeterplan.

Hoe nu verder?

Bij verscherpt toezicht let de inspectie extra op een zorgaanbieder. Het Schild moet binnen zes maanden voldoen aan de normen en de tekortkomingen herstellen. De inspectie zal de voortgang nauwlettend volgen. Aan het einde van de periode van verscherpt toezicht beoordeelt de inspectie of de situatie is verbeterd. De inspectie kan als dat nodig is verdere stappen nemen in de vorm van bestuursrechtelijke maatregelen.

Documenten

Hieronder kunt u dit nieuwsbericht, de rapportage en de bijbehorende brief beluisteren en downloaden als audio-bestand.

Persbericht Verscherpt toezicht voor Het Schild

Verscherpt toezicht voor Het Schild

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft Stichting Het Schild onder verscherpt toezicht gesteld. Het verscherpt toezicht heeft betrekking op de vestiging voor blinden en slechtzienden in Wolfheze. De maatregel is ingegaan op 26 november 2019 en duurt zes maanden.

Wat is er aan de hand?

De inspectie ziet bij Het Schild tekortkomingen op de thema’s ‘deskundige zorgverlener’, en ‘sturen op kwaliteit en veiligheid’. Dit kan leiden tot risico’s voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.

In oktober 2018 bezocht de inspectie Het Schild. De inspectie concludeerde toen dat Het Schild niet voldeed aan 10 van de 14 getoetste normen. Het Schild moest haar zorgaanbod voor medio september 2019  verbeteren. De inspectie volgde dit proces en wees de zorgaanbieder meerdere  keren op haar verantwoordelijkheid om goede en veilige zorg te leveren.

Een jaar later, in oktober 2019, stelt de inspectie vast dat de kwaliteit van zorg nog steeds tekortschiet voor 7 van de 14 opnieuw getoetste normen. Het ontbreekt zorgverleners aan voldoende kennis en kunde om in te spelen op de steeds complexere doelgroep. Dat levert risico’s op voor de veiligheid van cliënten. Daarnaast heeft de inspectie zorgen over de cultuur binnen Het Schild. Het lukt niet om een voldoende veilig leer- en verbeterklimaat te ontwikkelen en te behouden. Soms is er weerstand tegen maatregelen om de zorg te verbeteren. Die houding belemmert het lerend vermogen van zorgverleners. 

De inspectie twijfelt aan het vermogen van de zorgaanbieder om zich zelfstandig te verbeteren. Om die reden vindt de inspectie het belangrijk dat de zorgaanbieder prioriteiten stelt in haar verbeterplan.

Hoe nu verder?

Bij verscherpt toezicht let de inspectie extra op een zorgaanbieder. Het Schild moet binnen zes maanden voldoen aan de normen en de tekortkomingen herstellen. De inspectie zal de voortgang nauwlettend volgen. Aan het einde van de periode van verscherpt toezicht beoordeelt de inspectie of de situatie is verbeterd. De inspectie kan als dat nodig is verdere stappen nemen in de vorm van bestuursrechtelijke maatregelen.

Brief over verscherpt toezicht Het Schild

Het Schild, woonzorgcentrum voor blinden en slechtzienden
Raad van bestuur
Wolfhezerweg 101 6874 AD
Wolfheze
 

Datum: 26 november 2019
Betreft: Verscherpt Toezicht Stichting Het Schild, Centrum voor Visueel Gehandicapte Ouderen

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de inspectie) heeft op 26 november 2019 Stichting Het Schild, Centrum voor Visueel Gehandicapte Ouderen (hierna: Het Schild) onder verscherpt toezicht gesteld voor wat betreft haar vestiging voor blinden en slechtzienden in Wolfheze.

Op grond van de Gezondheidswet maakt de inspectie een zakelijke weergave van de overwegingen en de door de zorgaanbieder te nemen maatregelen van een ingesteld verscherpt toezicht openbaar. Dit bericht voorziet daarin.

Aanleiding tot het verscherpt toezicht

Uit het inspectieonderzoek, zoals beschreven in het - eveneens openbaar gemaakte - inspectierapport, blijkt dat er aanhoudende tekortkomingen zijn in de zorgverlening van Het Schild, gelet op de artikelen 2, 3, 7 en 9 Wkkgz2.

Het betreft de thema’s: ‘Deskundige zorgverlener’ en ‘Sturen op kwaliteit en veiligheid’. Bedoelde tekortkomingen kunnen leiden tot een situatie met risico op gezondheidsschade voor cliënten. De interne sturing sluit onvoldoende hierop aan.

De inspectie heeft op dit moment onvoldoende vertrouwen in de aansturing van tijdige en effectieve verbetering van de zorgverlening door Het Schild.

De inspectie heeft geoordeeld dat het instellen van verscherpt toezicht, voor een periode van zes maanden, noodzakelijk is om de geconstateerde tekortkomingen weg te nemen.

Conclusie

Op 1 oktober 2018 concludeerde de inspectie dat Het Schild haar zorgaanbod vóór medio september 2019 moest verbeteren. De zorgaanbieder is in deze periode meermaals gewezen op haar verantwoordelijkheid om goede en veilige zorg te leveren. Op 9 oktober 2019 is bij een inspectiebezoek opnieuw gebleken dat de organisatie en kwaliteit van zorg in Het Schild niet voldoen aan eisen die hieraan gesteld worden. Het Schild voldoet nog altijd niet aan 7 van de 14 beoordeelde normen. De grootste risico’s ziet de inspectie in het thema deskundige zorgverlener. Ook heeft de inspectie zorgen over de weerbarstige cultuur binnen Het Schild; het lukt nog niet om een voldoende veilig leer- en verbeterklimaat te ontwikkelen en te behouden.

De cliëntengroep binnen Het Schild heeft steeds complexere problemen. In deze context ontbreekt het nog altijd aan voldoende stabiliteit en beschikbaarheid van kennis en kunde onder zorgverleners om op voldoende zorgvuldige wijze te voorzien in de zorgbehoefte van cliënten. Discontinuïteit in zorgverleners door verloop en verzuim, remt het realiseren van blijvende verbeterresultaten af.

Tevens blijkt weerstand tegen (benodigde) verbetermaatregelen het lerend vermogen van zorgverleners geregeld in de weg te staan. Sommige zorgverleners werken onvoldoende volgens algemeen aanvaarde uitgangspunten zoals vastgelegd in de Beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden. De oorzaken hiervan zijn niet ondervangen.

Bij haar interne sturing op leren en verbeteren schiet het zelfreinigend vermogen van de zorgaanbieder nog tekort. In Het Schild ontbreken randvoorwaarden voor een open werkklimaat. Op alle niveaus van de organisatie ontbreekt (voldoende) durf en relativeringsvermogen om soepel te leren van gemaakte fouten.

Bij Het Schild zijn inzet en goede wil merkbaar aanwezig maar de vooruitgang is niet voldoende. Nog steeds ziet de inspectie dat de bestuurlijke risicoafweging van resultaten, gedrag en cultuur niet voldoende proactief en effectief verloopt. Er is nog geen passende verbeter- en sturingsstijl bij de organisatie.

In deze fase twijfelt de inspectie aan het vermogen van de zorgaanbieder om zich zelfstandig te verbeteren. Verscherpt toezicht is nu een passende interventie. De inspectie zal nauwlettend volgen of er bij de zorgaanbieder sprake is van voldoende verbeterresultaat.

Door de zorgaanbieder te nemen maatregelen

De inspectie verwacht dat Het Schild de geconstateerde risico’s binnen zes maanden wegneemt om alsnog te voldoen aan het volgende:

Thema ‘Deskundige zorgverlener’; artikel 2 en 3 Wkkgz

- Norm 2.1: Zorgverleners maken hun professionele afwegingen over de benodigde zorg en ondersteuning op basis van gesignaleerde risico’s, wensen, behoeften, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt;

- Norm 2.3: De zorgaanbieder zorgt dat zorgverleners ruimte krijgen om systematisch te reflecteren op goede, veilige en persoonsgerichte zorg. Vanuit de reflectie kunnen zorgverleners verbeteringen toepassen.

- Norm 2.4: Zorgverleners houden relevante ontwikkelingen in hun vakgebied bij om goede, veilige en persoonsgerichte zorg te kunnen bieden.

- Norm 2.5: De zorgaanbieder zorgt dat er voldoende deskundige zorgverleners beschikbaar zijn, afgestemd op de aanwezige cliënten en actuele zorgvragen.

- Norm 2.6: Zorgverleners handelen volgens de afspraken zoals beschreven in protocollen, richtlijnen en handreikingen. Zij weten wanneer zij wel en niet kunnen afwijken.

Thema ‘Sturen op kwaliteit en veiligheid’; artikel 3, 7 en 9 Wkkgz,

- Norm 3.2: De zorgaanbieder bewaakt, beheerst en verbetert systematisch de kwaliteit en veiligheid van de zorg.

-Norm 3.3: De zorgaanbieder schept voorwaarden voor een cultuurgericht op leren en verbeteren.

Vervolg

De inspectie volgt gedurende het verscherpt toezicht de voortgang van de te nemen verbetermaatregelen nauwlettend. Indien de zorgaanbieder niet de in het verscherpt toezicht gestelde maatregelen binnen de gestelde termijn heeft getroffen kan de inspectie een vervolgmaatregel inzetten.

Reactie zorgaanbieder

De zorgaanbieder kan binnen zes weken na het besluit tot openbaarmaking een reactie geven op dit bericht. Als de zorgaanbieder van deze mogelijkheid gebruik maakt, treft u deze reactie bij dit bericht aan.

Rapport van het inspectiebezoek aan Stichting Het Schild, Centrum voor Visueel Gehandicapte Ouderen locatie Het Schild


Rapport van het inspectiebezoek aan
Stichting Het Schild, Centrum voor Visueel Gehandicapte Ouderen locatie Het Schild, centrum voor blinden en slechtzienden
in Wolfheze
op 9 oktober 2019


Utrecht, november 2019


Inhoud


1 Inleiding 3
1.1 Aanleiding bezoek 3
1.2 Beschrijving Het Schild 3

2 Conclusie 6
2.1 Overzicht van de resultaten 6
2.1.1 Persoonsgerichte zorg 6
2.1.2 Deskundige zorgverleners 7
2.1.3 Sturen op kwaliteit en veiligheid 7
2.2 Conclusie bezoek 8

3 Wat zijn de vervolgacties 9
3.1 De vervolgactie die de inspectie van Het Schild verwacht 9
3.2 Vervolgacties van de inspectie 9

4 Resultaten 10
4.1 Thema Persoonsgerichte zorg 10
4.1.1 Resultaten 10
4.2 Thema Deskundige zorgverlener 12
4.2.1 Resultaten 13
4.3 Thema Sturen op kwaliteit en veiligheid 18
4.3.1 Resultaten 18

Bijlage 1 Methode 21

Bijlage 2 Geraadpleegde documenten 23
 


1 Inleiding


De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bracht op 9 oktober 2019 een onaangekondigd bezoek aan Het Schild, centrum voor blinden en slechtzienden (hierna: Het Schild) in Wolfheze.

De inspecteurs toetsen of de zorgaanbieder de zorg geeft zoals is voorgeschreven in wetten, professionele standaarden, veldnormen en in het veld vastgestelde kwaliteitskaders. Het toetsingskader is slechts een selectie hieruit.  Als  de inspecteurs het tijdens het bezoek nodig vinden ook andere thema’s te onderzoeken dan doen zij dit. De inspecteurs benoemen de onderzochte thema’s dan apart in dit rapport.

De in dit rapport gebruikte begrippen liggen vast in een verklarende woordenlijst.

De inspecteurs verzamelen informatie door middel van observaties, een rondleiding, het inzien van documenten en gesprekken. Ze toetsen de thema’s persoonsgerichte zorg, deskundige zorgverlener en sturen op kwaliteit en veiligheid.
Waar de inspectie naar kijkt ligt vast in een toetsingskader.

1.1 Aanleiding bezoek
Dit bezoek brengt de inspectie naar aanleiding van het lopende toezichttraject bij Het Schild. Op 1 oktober 2018 bracht de inspectie een bezoek aan Het Schild, dit naar aanleiding van een aantal meldingen. Tijdens dit bezoek constateerde de inspectie dat Het Schild niet voldeed aan 11 van de 15 getoetste normen. Over deze bevindingen heeft de inspectie op 7 november 2018 de bestuurder en de raad van toezicht gesproken. Vervolgens is het bezoekrapport vastgesteld en kreeg Het Schild negen maanden de tijd om alsnog (grotendeels) te voldoen aan de normen. Op 17 april 2019 bracht de inspectie een tussentijds bezoek aan Het Schild in het kader van ‘Goed Bestuur’. Verder kreeg de inspectie desgevraagd tussentijds en na afloop van de verbetertermijn een verslag toegezonden over de stand van zaken en het resultaat van het verbetertraject.

Dit rapport is niet los te zien van het rapport van het bezoek op 1 oktober 2018. Zie hiervoor de website van de inspectie (www.igj.nl) onder publicaties.

1.2 Beschrijving Het Schild
Het Schild is een woon/zorgcentrum dat diensten verleent op het gebied van wonen, zorg en welzijn. Het Schild is gespecialiseerd in het wonen en zorgen voor blinden of slechtzienden. Het Schild heeft 120 appartementen waarvan 119 appartementen beschikbaar zijn voor cliënten. In een aantal appartementen wonen echtparen.
Cliënten met verschillende indicaties wonen binnen Het Schild door elkaar heen. Cliënten komen op relatief jonge leeftijd in Het Schild wonen. Als de zorgbehoefte toeneemt hoeven cliënten niet van appartement te wisselen.

Cliënten
Op de bezoekdag wonen er 89 cliënten binnen Het Schild met een indicatie op basis van de Wet Langdurige Zorg (hierna: Wlz). De organisatie heeft 30 plaatsen beschikbaar voor cliënten met verblijf met behandeling. Tijdens het inspectiebezoek wonen er 27 cliënten met een indicatie voor verblijf met behandeling binnen Het Schild. 59 cliënten hebben een WLZ-indicatie voor verblijf zonder behandeling,
 


waarvan vijf een extramurale indicatie. Daarnaast worden er appartementen verhuurd aan cliënten die geen verzekerde zorg ontvangen.
De cliënten hebben grotendeels een indicatie voor Zintuigelijke Gehandicaptenzorg, visueel (hierna: ZGvis). De huurders ontvangen deels zorg uit de Zvw of Wmo.
Binnen Het Schild zijn ook partners van visueel gehandicapte cliënten welkom. Zij ontvangen zorg op basis van een zorgprofiel (VV). Zorgprofielen van de cliënten variëren tussen de 2ZGvis+ en 5ZGvis en tussen 5VV en 8VV.

Iedere cliënt heeft een eigen appartement met badkamer. De appartementen verschillen in grootte. De appartementen liggen verdeeld over vier etages. Cliënten wonen ‘gestippeld’. Dit betekent dat cliënten met- en zonder indicatie door elkaar heen wonen.

Zorgverleners
De zorgverleners van Het Schild werken in zes teams. Drie van deze teams zijn verantwoordelijk voor de cliënten die behandeling ontvangen. Deze drie teams beschikken ieder over één huiskamer, waar cliënten gedurende de dag kunnen verblijven. In twee van deze huiskamers verblijven cliënten met een psychogeriatrische zorgvraag (hierna: pg). In de derde huiskamer zijn cliënten met een somatische zorgvraag aanwezig.
Verder bieden nog twee teams zorg aan de cliënten met verblijf zonder behandeling. Eén team biedt zorg aan zowel cliënten met verblijf en zonder behandeling als de extramurale cliënten. Ook dit team beschikt over een huiskamer waar de inwonende cliënten terecht kunnen. Het Schild heeft geen aanmerking Bijzondere opname psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Bopz).

De zorgverleners binnen Het Schild werken in zelforganiserende teams1. Alle zorgteams worden aangestuurd door één manager zorg en ondersteund door een teamcoach. De manager zorg werkt op interim basis en is op 1 augustus 2019 gestart.
Met de overgang naar zelforganiserende teams is ook de overgang naar integrale teams ingezet. Dit betekent dat naast zorgverleners, facilitair medewerkers en huiskamerassistenten tot de teams behoren. Hierdoor bestaan de teams uit verschillende niveaus zorgverleners: verpleegkundigen, verzorgenden IG, verzorgenden, helpenden en huiskamerassistenten.
De totale formatie voor de zorgverlening bedraagt ruim 82 fte. Ongeveer 10,5 fte hiervan zijn leerlingen. Het gemiddelde verzuimpercentage binnen Het Schild is tot nu toe in 2019, 11,31%.

Een externe behandeldienst levert (para)medische zorg aan de cliënten met een zorgindicatie met behandeling. Twee specialisten ouderengeneeskunde (hierna: SO) zijn vast verbonden aan Het Schild en zijn medisch eindverantwoordelijk voor de cliënten. Daarnaast levert de externe behandeldienst ook de psycholoog, de verpleegkundig specialist (hierna: VS) en zo nodig een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een diëtist en een logopedist.
De cliënten met een zorgindicatie zonder behandeling vallen onder medische eindverantwoordelijkheid van een huisarts. Zij krijgen paramedische zorg via de eerste lijn.


1 In reactie op de conceptrapportage geeft de bestuurder aan dat Het Schild in haar beleid spreekt van ‘resultaatverantwoordelijke teams’. Gezien veelvoorkomend jargon en de verwoording van medewerkers tijdens de bezoekdag heeft de inspectie gekozen in de rapportage van ‘zelforganiserende teams’ te spreken.
 


Ontwikkelingen
Sinds januari 2019 maakt Het Schild gebruik van Waardigheid en Trots op locatie. W&T heeft een kwaliteitsscan van Het Schild gedaan en zet, in lijn met de verbeterplannen van Het Schild zelf, in op kwaliteitsverhoging. Binnen ieder team is tenminste één verpleegkundige werkzaam. Zij nemen een coachende rol op zich.
Ook zijn er binnen Het Schild twee kwaliteitsverpleegkundigen aan het werk.
 


2 Conclusie


Dit hoofdstuk start met een samenvatting van de resultaten weergegeven in taartdiagrammen inclusief een beschrijving hiervan. Zo is te lezen en te zien hoe de inspectie de geleverde zorg beoordeelt. Vervolgens geeft de inspectie haar conclusie over Het Schild. Een toelichting op de scores per norm staat in hoofdstuk 4. In dat hoofdstuk beschrijft de inspectie op basis van welke bevindingen zij de scores op de normen geeft.

2.1 Overzicht van de resultaten
Onderstaande diagrammen laten per thema zien hoe de inspectie Het Schild beoordeelt. Een toelichting op de kleuren in de diagrammen staat in hoofdstuk 4.

Beschrijving van de diagrammen
Het eerste thema betreft ‘Persoonsgerichte zorg’. Hierbij zijn de resultaten voor Het Schild als volgt:
- twee van vijf normen scoren voldoende (donkergroen)
- twee van vijf normen scoren grotendeels voldoende (lichtgroen)
- een van vijf normen is niet getoetst (lichtblauw) Het tweede thema betreft ‘Deskundige zorgverlener’.
Hierbij zijn de resultaten voor Het Schild als volgt:
- twee van zeven normen scoren grotendeels voldoende (lichtgroen)
- vijf van zeven normen scoren grotendeels onvoldoende (geel) Het derde thema betreft ‘Sturen op kwaliteit en veiligheid’.
Hierbij zijn de resultaten voor Het Schild als volgt:
- een van drie normen scoort grotendeels voldoende (lichtgroen)
- twee van drie normen scoren grotendeels onvoldoende (geel)


Thema 1: 
Thema 2: 
Thema 3: Sturen op
Persoonsgerichte Deskundige kwaliteit en
zorg zorgverlener veiligheid
(5 normen) (7 normen) (3 normen)

2.1.1 Persoonsgerichte zorg
De inspectie ziet dat Het Schild heeft geïnvesteerd in het persoonsgerichter maken van de zorg. Er is meer informatie beschikbaar over de persoonlijke achtergrond en mede door de inzet van huiskamerassistenten, sluit de zorg en ondersteuning aan cliënten beter aan.

Toch (herkennen en) reageren zorgverleners nog niet altijd adequaat op specifieke behoeften en beperkingen van cliënten als het gaat om gezondheidsproblemen.
Risicosignalering komt laat op gang. Daarnaast heerst er binnen een aantal teams onderling een onveilige sfeer. Dit maakt dat er gebrek is aan communicatie, zowel over reflectie als over wensen en behoeften van de cliënt. Hoewel ingezet is op een aantal voorwaarden voor het verbeteren van, onder andere reflectie en een veilige aanspreekcultuur, is de situatie onvoldoende verbeterd. Dit levert risico’s op voor de cliënt.
 

Een jaar na het laatste bezoek blijkt dat de voorbeeldrol van de externe behandeldienst nodig blijft waar het gaat om de kwaliteit en veiligheid van de zorg voor de cliënt. De professionaliseringsslag die nodig was laat wisselend resultaat zien. In een aantal teams heeft deze plaatsgevonden, in enkele andere teams is deze onvoldoende gebleven of nog niet afgerond.

2.1.2 Deskundige zorgverleners
Het Schild kent een jaar na het laatste bezoek nog steeds een groot verloop. Dit maakt de bezetting, met name in relatie tot deskundigheid van zorgverleners, krap. Daarnaast zijn een aantal van de teams niet stabiel genoeg voor het leveren van de zorg zoals die past bij de zorgbehoeften van cliënten. De personele mix sluit hiermee nog niet voldoende aan.

Hoewel Het Schild een aantal protocollen intern heeft aangepast aan de geldende richtlijnen, lijken een aantal zorgverleners weerstand te bieden tegen een nieuwe manier van werken. Hierbij is te zien dat de uitgangspunten, zoals vastgelegd in de Beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden, niet altijd de leidraad zijn bij het professioneel handelen van een aantal zorgverleners. Oorzaken van het afwijken van deze uitgangspunten zijn niet weggenomen. De cultuur binnen Het Schild is er één van spreken over elkaar in plaats van spreken met elkaar. In het geval van een aantal teams lijkt deze situatie eerder te verergeren dan te verbeteren.

Wel faciliteert Het Schild de teams steeds beter in deskundigheidsbevordering. Daarnaast is het voor zorgverleners inmiddels duidelijk welke taken in het team belegd zijn en wie verantwoordelijk is voor wat. Echter, het blijft voor de vaste zorgverleners aan voldoende tijd ontbreken om deze taken op goed niveau uit te kunnen voeren.

Binnen Het Schild is de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen fors afgenomen. Voor de inzet van een maatregel vindt een zorgvuldige afweging plaats.

Het methodisch werken binnen Het Schild is sinds het laatste bezoek verbeterd. Zorgverleners weten beter hoe zij met het ECD om moeten gaan. Wel werkt tenminste één team nog met een papieren systeem naast het digitale systeem. Dit levert risico’s op in verslaglegging en daarmee in communicatie met de externe behandeldienst.

2.1.3 Sturen op kwaliteit en veiligheid

De visie op persoonsgerichte zorg van Het Schild is beter zichtbaar in de praktijk.  Het borgen van de veiligheid van de cliënt is echter in een heel aantal gevallen nog niet in orde. Het Schild is tot nu toe niet in staat gebleken zich zowel kwalitatief als kwantitatief van voldoende personeel te voorzien om systematisch goede zorg te kunnen verlenen.

Binnen een aantal teams werkzaam in Het Schild is sprake van een onveilige cultuur. Mede hierdoor is een groot verloop en hoog verzuim ontstaan. Het is voor het bestuur en management te laat duidelijk geworden wat er speelt binnen Het Schild. Voor het besturen van een organisatie is het proactief omgaan met situaties die de onveilige cultuur versterken, van groot belang. Wel zoekt het bestuur stut en steun van externe coaches en een nieuw aangestelde interimmanager.

Een zorgaanbieder moet beschikken over een betrouwbaar, operationeel integraal kwaliteitssysteem voor het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van zorg. Daaronder vallen de interne risicobeheersing, veilige melding van incidenten  en interne audits. Het Schild heeft ingezet op het opzetten van zo’n systeem en
 


verkrijgt inmiddels informatie hieruit. Wat betreft  het  melden van  incidenten staat de kwalitatieve analyse naar basisoorzaken en hieruit volgende verbetermaatregelen nog in de kinderschoenen.

De inspectie concludeerde tijdens het bezoek van 1 oktober 2018 al dat Het Schild met dezelfde aandachtspunten te maken heeft als in 2015. Hoewel er voor een aantal zaken verbetering zichtbaar is, blijft de slagkracht en het verbetervermogen van de organisatie laag. Met name in relatie tot de cultuur binnen Het Schild zijn diverse aandachtspunten niet voldoende tijdig opgemerkt en opgepakt.
Hiermee is het bestuur en management pas laat op het spoor gekomen van wat er feitelijk speelt binnen de organisatie. Ook tijdens dit bezoek lijkt de bestuurder hierin niet (volledig) in control.

2.2 Conclusie bezoek
Tijdens het inspectiebezoek op 1 oktober 2018 voldeed Het Schild niet aan 10 van   de 14 normen die beoordeeld zijn. Het Schild kreeg tot medio september 2019 om verbetermaatregelen door te voeren. Tijdens het inspectiebezoek van 9 oktober  2019 voldoet Het Schild nog niet aan 7 van de 14 normen die opnieuw beoordeeld zijn. De grootste risico’s ziet de inspectie in het thema ‘Deskundige zorgverlener’. Ook heeft de inspectie zorgen over de weerbarstige cultuur binnen Het Schild; het lukt nog niet om een voldoende veilig leer- en verbeterklimaat te ontwikkelen en te behouden.

Het ontbreekt nog altijd aan voldoende stabiliteit en beschikbaarheid van kennis en kunde onder zorgverleners om op voldoende zorgvuldige wijze te voorzien in de zorgbehoefte van cliënten (doelgroep met steeds complexere zorgproblemen).
Discontinuïteit in zorgverleners door verloop en verzuim, remt het realiseren van blijvende verbeterresultaten af. Tevens blijkt weerstand tegen (benodigde) verbetermaatregelen het lerend vermogen van zorgverleners geregeld in de weg te staan. Algemeen aanvaarde uitgangspunten voor zorgverleners blijken niet altijd de leidraad bij het professionele handelen. De oorzaken hiervan zijn niet ondervangen.

Bij haar interne sturing op leren en verbeteren schiet het zelfreinigend vermogen   van de zorgaanbieder nog  tekort. In Het  Schild ontbreken randvoorwaarden voor een open werkklimaat. Bestuur, management en zorgverleners tonen tekorten in  durf en relativeringsvermogen om soepel te (kunnen) leren van gemaakte fouten.  Een open werkklimaat is onmisbaar bij het ontwikkelen en behouden van een veilige leer- en verbetercultuur.
Bij Het Schild zijn inzet en goede wil merkbaar aanwezig, maar de vooruitgang is    niet voldoende. Nog steeds ziet de inspectie dat de bestuurlijke risicoafweging van resultaten, gedrag en cultuur niet voldoende proactief en effectief verloopt. Er is nog geen passende verbeter- en sturingsstijl bij de organisatie. In deze fase twijfelt de inspectie aan het vermogen van de zorgaanbieder om zich zelfstandig te verbeteren.

Gelet op het voorgaande en de aard van de tekortkomingen op de onderwerpen deskundigheid en inzet van zorgverleners, kwaliteit, veiligheid en cultuur, acht de inspectie het instellen van een verscherpt toezicht op Het Schild aangewezen.
 


3 Wat zijn de vervolgacties


In dit hoofdstuk staat wat de inspectie van Het Schild verwacht. Daarna geeft de inspectie weer wat zij zal doen naar aanleiding van dit bezoek.

3.1 De vervolgactie die de inspectie van Het Schild verwacht
Een zorgaanbieder moet voldoen aan de normen uit wet- en regelgeving en veldnormen.

Rekening houdend met hetgeen de inspectie in het bestuursgesprek d.d.
22 november 2019 besproken heeft met bestuurder en de  raad  van  toezicht van Het Schild, moet Het Schild binnen zes maanden alsnog de noodzakelijke verbeteringen doorvoeren, met prioriteit voor de normen die tijdens het bezoek van  9 oktober 2019 ‘grotendeels niet’ voldeden. Dit betreft de volgende normen:

Thema ‘Deskundige zorgverlener’; artikel 2 en 3 Wkkgz
- Zorgverleners maken hun professionele afwegingen over de benodigde zorg en ondersteuning op basis van gesignaleerde risico’s, wensen, behoeften, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt;
- De zorgaanbieder zorgt dat zorgverleners ruimte krijgen om systematisch te reflecteren op goede, veilige en persoonsgerichte zorg. Vanuit de reflectie kunnen zorgverleners verbeteringen toepassen.
- Zorgverleners houden relevante ontwikkelingen in hun vakgebied bij om goede, veilige en persoonsgerichte zorg te kunnen bieden.
- De zorgaanbieder zorgt dat er voldoende deskundige zorgverleners beschikbaar zijn, afgestemd op de aanwezige cliënten en actuele zorgvragen.
- Zorgverleners handelen volgens de afspraken zoals beschreven in protocollen, richtlijnen en handreikingen. Zij weten wanneer zij wel en niet kunnen afwijken.
Thema ‘Sturen op kwaliteit en veiligheid’; artikel 3, 7 en 9 Wkkgz
- De zorgaanbieder bewaakt, beheerst en verbetert systematisch de kwaliteit en veiligheid van de zorg.
- De zorgaanbieder schept voorwaarden voor een cultuur gericht op leren en verbeteren.

3.2 Vervolgacties van de inspectie
Over de inhoud van het verscherpt toezicht ontvangt de zorgaanbieder een aparte brief van de inspectie.
 


4 Resultaten


Dit hoofdstuk beschrijft per thema de normen, het oordeel en de bevindingen.

De inspectie beoordeelt de normen op een vierpuntschaal. De kleuren van de vierpuntschaal hebben de volgende betekenis:
Donker groen: De locatie/afdeling voldoet aan de norm. De inspectie constateert op deze norm alleen positieve punten.
Licht groen: De locatie/afdeling voldoet grotendeels aan de norm. De inspectie constateert op deze norm veelal positieve punten.
Geel: De locatie/afdeling voldoet grotendeels niet aan de norm. De inspectie constateert op deze norm overwegend negatieve punten.
Rood: De locatie/afdeling voldoet niet aan de norm. De inspectie constateert op deze norm nauwelijks tot geen positieve punten.
Blauw: De norm is niet getoetst.

4.1 Thema Persoonsgerichte zorg
Het startpunt voor het geven van de zorg zijn de wensen van de cliënt. Kent de zorgverlener de cliënt? Kent hij2 zijn geschiedenis? Weet hij wat de cliënt belangrijk vindt en wat de cliënt niet wil? Is er sprake van een evenwichtige en respectvolle relatie tussen een cliënt en een zorgverlener? Wordt er goed geluisterd naar de  cliënt en zijn naasten? En belangrijker, staan de wensen van de cliënt centraal?
Wordt hier gehoor aan gegeven? De cliënt heeft de regie en wordt daarbij ondersteund door zijn naasten en de zorgverlener.

4.1.1 Resultaten
Norm 1.1
Iedere cliënt heeft inspraak in en afspraken over de doelen van de zorg, behandeling en ondersteuning.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 werden cliënten betrokken bij doelen van zorg, maar ontbrak het bij sommige cliënten aan een zorgplan en multidisciplinair overleg  (MDO).

De inspectie hoort en leest nu tijdens gesprekken en dossierinzage dat er voor iedere cliënt halfjaarlijks een MDO plaatsvindt. Hierbij zijn zowel de cliënt en/of diens vertegenwoordiger, de Eerst Verantwoordelijk Verzorgende (EVV) en de SO aanwezig. Waar nodig sluiten andere disciplines aan.
In het dossier ziet de inspectie voorkeuren, wensen en behoeften van cliënten terug. Ook de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) zijn vastgelegd. Verder  hebben alle cliënten van wie de inspectie dossiers inziet, inmiddels een actueel zorgleefplan.


2 Voor de leesbaarheid wordt hier de mannelijke vorm gebruikt; waar ‘hij’ staat bedoelt de inspectie ook ‘zij’.
 

Norm 1.2
Zorgverleners kennen de cliënt, zijn wensen en behoeften.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 kwam naar voren dat zorgverleners de cliënten kenden, maar nog niet altijd uitgingen van hun behoeften tijdens de dagelijkse zorg.

De inspectie ziet nu tijdens observaties dat zorgverleners de zorg afstemmen op de behoefte van de cliënt. Zo is een slechtziende cliënt aan het eten. Zij kan niet   voelen dat één helft van haar bord nog vol is. Een zorgverlener merkt dit op en  draait haar bord een halve slag, opdat de cliënt kan dooreten. Zorgverleners zijn zich bewust van de visuele handicap van de cliënten. Zo geven zij direct aan wie zij zijn als ze binnenkomen. Dit stelt cliënten gerust.

De inspectie ziet in verschillende dossiers dat er meer informatie over de levensloop van cliënten voorhanden is dan tijdens het vorige bezoek. Zorgverleners kennen de levensloop van cliënten en maken hier gebruik van tijdens gesprekken. Zo herinnert een zorgverlener een cliënt eraan dat zij 11 kinderen heeft. De cliënt reageert enthousiast en begint over haar kinderen te vertellen.

Norm 1.3
Cliënten voeren, binnen hun mogelijkheden, zelf regie over hun leven en welbevinden.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 kwam naar voren dat het voor cliënten met verminderde mobiliteit en cognitieve achteruitgang moeilijk was om eigen regie te nemen in het bewegen door het gebouw. Ook werd veel gebruik gemaakt van vrijheidsbeperking.

Zorgverleners houden in de dagelijkse zorg rekening met de eigen regie van de  cliënt. Zo wil een cliënt eerder van tafel om te rusten voor de middagactiviteit. Het Schild biedt een uitgebreid aanbod aan centrale activiteiten. Ook op de huiskamers   is hier ruimte voor. Zo ziet de inspectie dat zorgverleners krulspelden zetten bij een cliënt en maakt een zorgverlener buiten een korte wandeling met een cliënt. Wel geven cliënten aan nog meer te doen te willen hebben.
Er is meer bewustzijn over vrijheidsbeperking bij zorgverleners. Tijdens het vorige bezoek zaten veel cliënten strak ingestopt onder dekens. Zij konden zich hierdoor slecht bewegen. De inspectie ziet dat dit niet meer gebeurt. Ook ziet de inspectie   dat er bijna geen gebruik meer wordt gemaakt van vrijheidsbeperkende maatregelen. Daarnaast constateert de inspectie dat Het Schild gebruik maakt van huiskamerassistenten. Dit maakt dat in iedere huiskamer iemand beschikbaar is ter ondersteuning van de cliënten.
 


Wel hoort en ziet de inspectie dat kwetsbare cliënten verspreid over het gebouw wonen. Dit maakt dat zij regelmatig niet meer in staat zijn om zelfstandig naar hun huiskamer te komen. Zorgverleners moeten hen dan ophalen. Zorgverleners vertellen dat het hen niet altijd lukt om cliënten tijdig op te halen van hun appartement.

Norm 1.4
Cliënten ervaren nabijheid, geborgenheid, vertrouwen en begrip. Zij worden met respect behandeld.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 hadden zorgverleners aandacht voor de cliënt en diens welbevinden. Het lukte hen in wisselende mate om persoonlijk en respectvol aandacht te geven aan cliënten.

De inspectie ziet tijdens verschillende observaties dat zorgverleners cliënten persoonlijk en respectvol benaderen. Zorgverleners nemen hierbij het tempo aan van de cliënt en houden rekening met hun visuele handicap. Ook geven zij cliënten voldoende keuzemogelijkheden bij de invulling van het dagelijkse leven. Zo ziet de inspectie dat op één huiskamer gerust wordt. Cliënten krijgen ieder hun eigen (vaste) plekje in de huiskamer en worden liefdevol ingestopt door zorgverleners.
Een zorgverlener vraagt een cliënt of zij het gordijn open of dicht wil. De cliënt reageert tevreden. Zorgverleners dempen het licht zoals de cliënt dit graag wil.
Ook ziet de inspectie dat zorgverleners aandacht hebben voor cliënten die niet meer verbaal aanwezig zijn. Hierbij blijft een aandachtspunt dat huiskamerassistenten de, voor de dagelijkse zorg relevante, medische achtergrond van  cliënten niet  altijd goed kennen (zie ook 2.1 en 2.6).

Norm 1.5
Zorgverleners ondersteunen cliënten om hun informele netwerk in stand te houden of uit te breiden.

Deze norm is tijdens het vorige bezoek niet getoetst.

De norm is niet getoetst.

4.2 Thema Deskundige zorgverlener
De zorgaanbieder zet voldoende en deskundige zorgverleners in. Hij schoolt, ondersteunt en stimuleert hen structureel.
De samenstelling van het personeel past bij de zorgvragen van de cliënten. De zorgverleners zijn voldoende deskundig. Zij kennen de grenzen van hun deskundigheid. Daarnaast zijn zorgverleners in staat om samen te werken. De zorgaanbieder zorgt voor de voorwaarden waaronder zorgverleners methodisch kunnen werken. De zorgverlener is in staat methodisch te werken. Methodisch  werken garandeert dat het verbeteren van de kwaliteit van de zorg continu onder de aandacht is van alle zorgverleners.

Methodisch werken houdt in dat zorgverleners werken volgens de Plan-Do-Check- Act(PDCA)-cyclus:
- Plan: kijken naar de werkzaamheden en een plan maken hoe deze kunnen verbeteren.
 


- Do: de verbeteringen uitvoeren.
- Check: beoordelen of het resultaat van de veranderingen het gewenste resultaat oplevert.
- Act: de  werkzaamheden bijstellen aan de hand  van de gevonden resultaten. Het methodisch werken is ook van toepassing op het thema Sturen op kwaliteit en veiligheid.

4.2.1 Resultaten
Norm 2.1
Zorgverleners maken hun professionele afwegingen over de benodigde zorg en ondersteuning op basis van gesignaleerde risico’s, wensen, behoeften, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels niet aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 bleek dat zorgverleners niet op een systemische manier de risico’s in de zorg signaleerden. Ook zetten zorgverleners veel vrijheidsbeperkende maatregelen in, zonder een zorgvuldige afweging.

De inspectie ziet verschillende verbeteringen in het professioneel afwegen van  risico’s. Toch voldoet Het Schild nog niet volledig aan de norm. Enerzijds ziet de inspectie tijdens observaties en dossierinzage dat zorgverleners meer kennis hebben over de cliënten. Informatie hierover komt terug in het cliëntdossier en leidt tot  doelen die bij deze informatie past. Een voorbeeld is een cliënt die het contact met zijn zus verbroken heeft. Deze cliënt heeft hier verdriet van. In het dossier staat dat zorgverleners de cliënt af en toe hiernaar moeten vragen, zodat de cliënt dit verdriet kan uiten.
Sinds de huiskamerassistenten werkzaam zijn op de huiskamers signaleren zij het  ook als het niet goed gaat met een cliënt. Tijdens een observatie ziet de inspectie   dat dit werkt. Een cliënt lijkt moeite te hebben met ademhalen. De huiskamerassistent merkt dit op en schakelt direct een zorgverlener in. De inspectie hoort dat Het Schild bezig is de huiskamerassistenten te leren rapporteren.
Ook ziet en leest de inspectie tijdens observaties en dossierinzage dat zorgverleners minder vrijheidsbeperkende maatregelen (VBM) inzetten. Als er toch sprake is van  de inzet van een VBM vindt er een navolgbaar zorgvuldige afweging plaats tussen wensen, zorgbehoeften en veiligheid. Wel hoort de inspectie van behandelaren dat  het afbouwen van het gebruik van psychofarmaca nog steeds weerstand oproept bij zorgverleners.

Anderzijds hoort de inspectie dat de signalering van risico’s verbetering behoeft. Behandelaren vertellen dat zorgverleners wel signaleren hoe het met mensen gaat, maar nog regelmatig te laat. Zo valt het een zorgverlener pas tijdens het vaste meetmoment van de bloeddruk op dat de cliënt niet lekker is. De inspectie hoort diverse gesprekspartners vertellen dat zij bij een beperkt aantal teams zorgen hebben rondom zorgvuldige observatie en duiding van risico’s. In die teams lukt het nog niet goed eenduidige afspraken te maken over de organisatie en verantwoordelijkheidsverdeling en deze na te leven. Wel zijn management, behandelaars en zorgverleners zich hiervan steeds beter bewust. Behandelaren ondersteunen de teams hierin en zetten in op de verbetering van kennis en het organiseren van de zorg.
 


De inspectie hoort en leest dat het verzuim en verloop binnen Het Schild in de afgelopen maanden hoog was (zie ook 2.5). Verschillende gesprekspartners geven aan dat, door het gebrek aan personeel, er niet altijd tijd is voor het zorgvuldig afwegen van risico’s.
De inspectie ziet tijdens dossierinzage dat zorgverleners de risicosignaleringen invullen. Deze risicosignaleringen leiden echter nog niet altijd tot doelen en acties in het zorgplan. Ook ziet de inspectie de geconstateerde risico’s niet terug in de verslaglegging van het MDO. Een cliënt heeft een verhoogd risico op verschillende gezondheidsaspecten. Deze zijn zowel somatisch als psychisch van aard. Deze aspecten komen maar gedeeltelijk terug in het zorgdossier.

Norm 2.2
Zorgverleners werken methodisch. Zij leggen dit hele proces inzichtelijk vast in het cliëntdossier.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 bleek uit dossierinzage en gesprekken dat zorgverleners in wisselende mate methodisch werkten. De dossiers waren onoverzichtelijk en rapportage nog regelmatig niet op doelen.

De inspectie ziet tijdens dossierinzage dat de dossiers beter zijn ingedeeld. De informatie over de cliënt is in de meeste gevallen op één plaats te vinden. Ook ziet de inspectie dat zorgverleners voor het grootste gedeelte op de lopende doelen rapporteren en de inhoud van die rapportage past bij de inhoud van het doel.

Wel ziet de inspectie dat één team nog steeds gebruik maakt van papieren looplijsten. Twee recent bij Het Schild begonnen zorgverleners geven aan dat deze looplijsten niet handig zijn, omdat cliënten door het hele huis heen wonen. Dit  maakt dat zij van hot naar her moeten rennen. Daarnaast ziet de inspectie dat de taken op de looplijsten niet altijd overeen komen met de informatie uit het cliëntdossier.

Norm 2.3
De zorgaanbieder zorgt dat zorgverleners ruimte krijgen om systematisch te reflecteren op goede, veilige en persoonsgerichte zorg. Vanuit de reflectie kunnen zorgverleners verbeteringen toepassen.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels niet aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 hoort de inspectie dat zorgverleners zich verloren en onthand voelen in de overgang naar zelforganisatie. In de teams zijn rollen en afspraken hierover niet duidelijk. Een coach is weliswaar beschikbaar maar het  proces van onderling overleg staat  nog  aan het begin. Zorgverleners weten onderling niet wat ze van elkaar mogen en kunnen verwachten en voelen zich niet voldoende veilig binnen het team.

De inspectie hoort en ziet dat er meer aandacht is voor het faciliteren van reflectie. Toch voldoet Het Schild nog niet volledig aan de norm. Zo vertelt het management
 


dat Het Schild is gestart met een dagopening. Aan het begin van de ochtend- en de avonddienst komen alle zorgverleners bij elkaar en wordt gekeken naar de indeling en de afstemming voor de dag of avond. De inspectie is bij zo’n opening aanwezig. Ondanks de ingezette interventie ziet en hoort de inspectie dat zorgverleners onderling moeite hebben elkaar aan te spreken op wat er gaande is. Zowel uit de observatie als uit gesprekken blijkt dat er een aantal zorgverleners zijn die weinig aannemen, zowel van collega’s als van management (zie ook thema 3).
Gesprekspartners geven aan dat er geen sfeer heerst waarin onderlinge afstemming en ondersteuning plaats kan vinden. Pas na het overleg durven een aantal zorgverleners zaken aan te kaarten bij de manager. Verschillende zorgverleners geven bij de inspectie aan dat er binnen sommige teams soms zelfs een vijandige sfeer heerst.

Wel ziet de inspectie dat ieder team inmiddels een cyclisch terugkomend teamoverleg heeft. Bij de teams met behandeling schuift hierbij regelmatig een behandelaar aan. Zo brengt de betrokken psycholoog regelmatig een casus in, waarbij zorgverleners de gelegenheid krijgen na te denken over deze cliënt en de zorg die hij of zij nodig heeft. De inspectie ziet verschillende notulen van  teamoverleg in. De notulen worden goed bijgehouden en ook de afspraken die het team tijdens het overleg maakt zijn goed terug te vinden. Daarnaast worden de teamrollen doorgenomen. Behandelaren geven aan dat zij één team meer aandacht geven door vaker aan te sluiten bij het teamoverleg.
Ook hoort en ziet dat Het Schild inmiddels gebruik maakt van Waardigheid en Trots op locatie. Voor dit traject zijn twee coaches beschikbaar tot september 2020.

Norm 2.4
Zorgverleners houden relevante ontwikkelingen in hun vakgebied bij om goede, veilige en persoonsgerichte zorg te kunnen bieden.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels niet aan deze norm.

Bij het bezoek in oktober 2018 constateerde de inspectie dat zorgverleners niet altijd open stonden voor het volgen van bijscholing. Wel stelden zorgverleners elkaar actief vragen over de zorg.

Het verloop van zorgverleners was het afgelopen jaar groot. De inspectie hoort van verschillende gesprekspartners dat de onderlinge cultuur van uitwisseling tussen zorgverleners niet is verbeterd en in sommige gevallen verslechterd is. Verschillende zorgverleners die sinds kort in dienst zijn, geven aan dat zij binnen sommige teams niet de vrijheid voelen om hun collega’s vragen te stellen. Ook het management   geeft aan in exitgesprekken te  horen dat  zorgverleners die  nieuw starten ontmoedigd raken door de sfeer (zie ook 2.3 en thema 3).

Daarnaast hoort de inspectie dat er weerstand is onder zorgverleners om de veranderingen die gaande zijn binnen Het Schild te implementeren. Zo is Het Schild al enige tijd bezig met de transitie van verzorgingshuis naar verpleeghuis. Cliënten hebben een steeds hogere zorgzwaarte. De organisatie heeft inmiddels 30 plaatsen voor cliënten die zorg met behandeling nodig hebben. De bestuurder geeft aan dat deze transitie om een professionaliseringslag vraagt, onder andere op het gebied  van medicatieveiligheid. Zorgverleners volgden een scholing medicatieveiligheid en het beleid rondom medicatieveiligheid is aangepast. Toch hoort en ziet de inspectie dat niet alle zorgverleners volgens het nieuwe beleid werken.
 

Wel hoort en ziet de inspectie dat veel zorgverleners inmiddels hun bevoegd- en bekwaamheden op orde hebben gebracht. Ook heeft Het Schild haar eigen skillslab, waar zorgverleners vrij naar toe kunnen om verpleegtechnische handelingen te oefenen en af te toetsen.

Norm 2.5
De zorgaanbieder zorgt dat er voldoende deskundige zorgverleners beschikbaar zijn, afgestemd op de aanwezige cliënten en actuele zorgvragen.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels niet aan deze norm.

Bij het bezoek van 1 oktober 2018 bleek dat Het Schild een onrustige tijd achter de rug had. Dit mede door het vertrek van een groot aantal zorgverleners en de start van het werken vanuit zelforganisatie.

De inspectie hoort en leest dat er ten tijde van de bezoekdag binnen Het Schild een groot verloop is. Verschillende gesprekspartners geven aan dat er onrust heerst binnen een aantal teams. Zorgverleners die binnen deze teams nieuw beginnen vertrekken ook snel weer; soms volgens afspraak en soms onverwacht op eigen initiatief. Het lukt Het Schild niet altijd om hen vast te houden. Zorgverleners vertellen dat dit voor een groot deel ligt aan de gesloten cultuur. Het lukt nieuwe mensen niet goed om opgenomen te worden in de soms gesloten teams. De  inspectie hoort van diverse gesprekspartners dat in sommige gevallen sprake is van pestgedrag. Dit uit zich bijvoorbeeld in het niet spreken met nieuwe medewerkers   die ingewerkt willen en moeten worden. Daarnaast hoort de inspectie dat in een aantal andere teams de sfeer goed is en de samenwerking tussen zorgverleners is verbeterd.
De inspectie hoort tijdens gesprekken dat het voor veel zorgverleners overleven is vanwege het ontbreken van goede werksfeer. Hierin ziet de inspectie verschillen tussen teams. Binnen een aantal teams is er een goede samenwerking tot stand gekomen na de reorganisatie. Binnen enkele andere teams is dit niet of veel minder het geval. Zowel zorgverleners als behandelaren geven aan dat binnen deze teams zorgafspraken regelmatig niet worden opgevolgd (zie ook 2.6).

Verder hoort de inspectie dat het door het grote verloop moeilijk is om de bezetting rond te krijgen. Uit observaties en roosterinzage blijkt dat er voldoende  medewerkers beschikbaar zijn, maar dat het aan een goede verdeling tussen verzorgenden IG en helpenden niveau 2 nog weleens ontbreekt. Het komt  regelmatig voor dat er één verzorgende IG beschikbaar is voor twee of drie teams. Dit maakt dat deze zorgverlener op alle teams verantwoordelijk is voor medicatiedeling. Onder meer in het dubbel aftekenen van risicovolle medicatie leidt dit tot risico op fouten.

Het Schild investeert in het  beschikbaar hebben van  verpleegkundigen op  niveau 4 of hoger. Dit, om de professionaliteit van zorgverleners te versterken. Binnen ieder team is tenminste één verpleegkundige niveau 4 werkzaam. Zij hebben een coachende functie. Daarnaast zijn er twee kwaliteitsverpleegkundigen aangetrokken. Deze verpleegkundigen werken gedeeltelijk mee in de zorg en besteden twee dagen in de week aan kwaliteit. Zo voeren zij audits uit en nemen deel aan de commissies medicatieveiligheid en kwaliteit. De inspectie hoort van verschillende
 


gesprekspartners dat een aantal zorgverleners het moeilijk vindt coaching te accepteren.

De inspectie ziet een scholingsoverzicht in van aangeboden scholingen aan zorgverleners. Hierin ziet de inspectie dat Het Schild geïnvesteerd heeft in scholingen over bejegening, dementie en probleemgedrag. Daarnaast volgen alle zorgverleners van Het Schild in 2019 een praktijkgerichte scholing over persoonsgerichte zorg, gegeven door een externe opleider.

Norm 2.6
Zorgverleners handelen volgens de afspraken zoals beschreven in protocollen, richtlijnen en handreikingen. Zij weten wanneer zij wel en niet kunnen afwijken.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels niet aan deze norm.

Bij het inspectiebezoek in oktober 2018 hoorde en zag de inspectie dat zorgverleners zich regelmatig niet aan de veilige principes van de medicatieketen hielden. Wel zag de inspectie dat zorgverleners leerlingen de juiste inhoud van de protocollen bijbrachten.

Verschillende gesprekspartners vertellen de inspectie dat zorgverleners zorgafspraken niet altijd goed nakomen. Hierin zien zij verschillen tussen teams. Zo zijn er een aantal teams waar de neuzen niet dezelfde kant op staan. Er wordt niet goed gereageerd op bellen en het delen van medicatie gaat regelmatig niet goed.
Dit maakt dat cliënten en familie ongerust worden. Zo is er een cliënt die haar boterhammen meeneemt naar haar kamer, omdat zij bang is dat zij geen insuline zal krijgen. In een aantal andere teams verloopt het nakomen van zorgafspraken beter.

Het Schild heeft sinds het laatste bezoek haar medicatiebeleid aangepast. De  inspectie hoort en ziet dat zorgverleners hier wisselend mee omgaan. Zo hoort de inspectie dat een zorgverlener eerst insuline toedient en daarna aan een collega vraagt om af te tekenen. De collega weigert dit. Ook ziet de inspectie tijdens observaties dat het voor de woonkamerassistenten niet duidelijk is wat het medicatiebeleid van een cliënt is. Deze cliënt moet nuchter geprikt worden. Toch zet de huiskamerassistent de cliënt haar lunch voor. De cliënt geeft zelf aan dat zij nog niet mag eten. De zorgverlener die verantwoordelijk is voor de medicatiedeling  vertelt ’s ochtends voor het ontbijt bij de huiskamerassistent te benadrukken dat  deze cliënt nog niet mag eten.

Tijdens een andere observatie ziet de inspectie echter ook een zorgverlener die de medicatie controleert, een collega een dubbele check laat doen en dan de medicatie toedient en aftekent.

Norm 2.7
Zorgverleners werken multidisciplinair en schakelen tijdig disciplines en specifieke expertise in van binnen of buiten de organisatie. In deze samenwerking maken zorgverleners afspraken wie waarvoor verantwoordelijk is.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.
 


Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels aan deze norm.

Tijdens het bezoek van 1 oktober 2018 maakten teams nog onvoldoende gebruik van de mogelijkheden tot multidisciplinair werken. De disciplines waren wel bereikbaar en beschikbaar.

Behandelaren vertellen dat zij binnen verschillende teams groei zien. Zorgverleners zijn steeds beter in staat om een artsenvisite te begeleiden. Tijdens de visite ziet de SO dat de kennis van zorgverleners over de cliënten toeneemt. Het gaat hier zowel over kennis over de persoon als kennis over de medische geschiedenis. Ook de kwaliteit van het methodisch werken neemt toe (zie ook 1.1 en 2.2). Zorgverleners rapporteren regelmatig en MDO’s vinden ieder half jaar plaats.

Vanuit behandeldisciplines is voor een aantal teams nog extra ondersteuning nodig, hoort en leest de inspectie. Dit betreft de teams die nog aan het begin staan van het maken van team- en zorgafspraken. De SO vertelt regelmatig aan te sluiten bij de teamoverleggen van dit team, om samen te kijken wat beter kan. Dit geldt ook voor het nakomen van zorgafspraken (zie ook 2.6). Ook de psycholoog geeft aan dat binnen één team benaderingsadviezen niet worden nagekomen. Beide behandelaren geven aan dat dit ook komt door het gebrek aan continuïteit in het team.

4.3 Thema Sturen op kwaliteit en veiligheid
Goede zorg en deze op niveau houden begint bij een goed management. Managers sturen op de kwaliteit van zorg, coördineren en controleren wat er gebeurt op de werkvloer. Onvoldoende sturing door het management betekent risico’s op de werkvloer die zorgverleners niet altijd kunnen voorkomen.

4.3.1 Resultaten
Norm 3.1

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels aan deze norm.

De zorgaanbieder stelt de persoonsgerichte zorg en ondersteuning centraal en borgt de veiligheid van de cliënt.
Het vorige bezoek liet zien dat de missie en visie op persoonsgerichte zorg van Het Schild niet goed zichtbaar was in de organisatie.

De inspectie ziet het kwaliteitsplan 2019-2021 van Het Schild in. De missie van de organisatie wordt hierin beschreven als: ‘Het Schild biedt een veilige, vertrouwde en inspirerende woonomgeving waarin de persoonlijke leefwereld van de blinde of slechtziende cliënt het uitgangspunt vormt voor de geboden (verpleeghuis)zorg en ondersteuning, vormgegeven in samenwerking tussen cliënt, (zorg)professionals, familie, mantelzorg en vrijwilligers’. Dit  vanuit de kernwaarden ‘Uniek, Veilig,  Samen, Creatief en Inspirerend’. Hierbij mag de cliënt volgens het kwaliteitsplan rekenen op: ‘zorg en begeleiding die een bijdrage levert aan het behouden of vergroten van de zelfredzaamheid, zelfstandigheid en autonomie, en die persoonsgericht is’. De inspectie ziet en hoort dat de organisatie bezig is met het invulling geven aan deze missie en kernwaarden. Zo heeft de organisatie  geïnvesteerd in persoonsgerichte zorg door huiskamerassistenten aan te trekken en  te scholen (zie thema 1 en 2). Ook heeft Het Schild een externe opleider in de arm genomen voor het organiseren van scholingen voor zorgverleners op het gebied van
 


persoonsgerichte zorg. De inspectie ziet in de praktijk terug dat zorgverleners deskundiger zijn op het gebied van bejegening (zie thema 1).

De inspectie hoort en ziet wel dat er binnen een aantal teams van Het Schild geen goede werksfeer is. Deze sfeer bemoeilijkt de communicatie (zie thema 2). Dit  gebrek aan communicatie over cliënten levert risico’s op voor de cliëntveiligheid. De inspectie constateert dat er bij de aansturing van Het Schild aandacht is voor het bewaken en bevorderen van de visie op zorg. Nog niet alle zorgverleners voelen zich hierop voldoende aangesloten. Daarnaast hoort de inspectie dat er binnen een aantal teams protocollen rondom medicatieveiligheid niet altijd worden opgevolgd (zie 2.6). Ook dit levert aantoonbaar risico’s op voor de cliëntveiligheid.

Norm 3.2
De zorgaanbieder bewaakt, beheerst en verbetert systematisch de kwaliteit en veiligheid van de zorg.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels niet aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels niet aan deze norm.

Tijdens het bezoek van 1 oktober 2018 was de PDCA-cyclus binnen Het Schild niet rond. MIC-meldingen vonden onvoldoende opvolging en er vond weinig sturing plaats op voorgenomen doelen en plannen.

De inspectie ziet dat Het Schild verbetermaatregelen inzet als het gaat om het bewaken, beheersen en verbeteren van kwaliteit van zorg. Toch voldoet Het Schild nog niet volledig aan de norm.
Enerzijds heeft het bestuur en management ingezet op het verbeteren van de voorwaarden voor het bieden van kwaliteit en veiligheid. Dit heeft zij onder andere gedaan door mee te doen met de kwaliteitsscan van Waardigheid en Trots. Twee kwaliteitscoaches hebben de organisatie in kaart gebracht en ondersteunen Het Schild bij de verbeterslagen die nodig zijn. Management en bestuur vertellen dat hierbij een professionaliseringsslag hoort. Het Schild is in transitie naar een huis   voor cliënten met een grotere zorgzwaarte. Hiervoor is een andere attitude van zorgverleners nodig. De inspectie bemerkt dat deze professionaliseringsslag moeizaam verloopt (zie ook thema 2). Ook het bestuur bemerkt weerstand, zowel vanuit zorgverleners als vanuit cliënten. Tijdens gesprekken hoort de inspectie dat  het bestuur en het management tot voor kort niet voldoende inzicht hadden in   zaken die speelden binnen Het Schild. Het management vertelt intussen gestart te zijn met exitgesprekken. Uit deze gesprekken komt naar voren dat er binnen een aantal teams een gesloten cultuur heerst. Nieuwe zorgverleners komen hier moeilijk tussen. Dit is mede de reden voor het grote verloop binnen Het Schild (zie 2.5).
Door deze gesprekken te voeren begint het management nu zicht te krijgen op oorzaken van het probleem. Voorheen bleef dit grotendeels onder de radar. De inspectie hoort hierin dat het bestuur en het management (nog) geen duidelijke koers hebben voor het omgaan met deze problemen. Het bestuur geeft aan er nog niet te zijn.

Anderzijds werkt Het Schild aan een terugkerend patroon van planning, uitvoering, controle en bijstelling van werkzaamheden. De organisatie heeft twee kwaliteitsverpleegkundigen aangetrokken die gedeeltelijk meewerkend zijn en gedeeltelijk bezig zijn met het verhogen van de kwaliteit. Dit doen zij onder andere door het uitvoeren van interne audits. Daarnaast is er per augustus 2019 een kwaliteitsmedewerker aangesteld. Deze is verantwoordelijk voor de analyse van
 


MIC-meldingen. De inspectie ziet de analyse van MIC-meldingen van juli en augustus 2019 in. Dit betreft een kwantitatief overzicht van de meldingen. Daarnaast ziet de inspectie een verzameling van de gemelde incidenten in de afgelopen periode. De inspectie ziet in de notulen dat er in de MIC-commissie nagedacht wordt over het analyseren van meldingen. Ook ziet de inspectie dat zorgverleners beter melden dan ten tijde van het vorige bezoek. Verder komen de MIC-meldingen terug tijdens het teamoverleg. Echter, een kwalitatieve analyse  van basisoorzaken  en daaruit komende verbetermaatregelen ontbreekt nog. Dit zowel op teamniveau als op organisatieniveau. Het Schild is op dit punt wel lerend.

Norm 3.3
De zorgaanbieder schept voorwaarden voor een cultuur gericht op leren en verbeteren.

Volgens de inspectie voldeed Het Schild tijdens het vorige bezoek grotendeels aan deze norm.

Volgens de inspectie voldoet Het Schild grotendeels niet aan deze norm.

Bij het inspectiebezoek in oktober 2018 hoorde en zag de inspectie dat Het Schild aan de start stond van een leerproces als het gaat om het creëren van een lerende organisatie.

Van verschillende gesprekspartners hoort de inspectie dat er binnen Het Schild een cultuur heerst van spreken over elkaar in plaats van spreken met elkaar. Verschillende gesprekspartners geven aan dat zorgverleners zich hierdoor regelmatig onveilig voelen. De inspectie ziet dat het bestuur en management hierop proberen te sturen. Echter, het is voor hen pas recent zichtbaar geworden waar de cultuurproblemen zich voordoen. De transitie van verzorgingshuis naar verpleeghuis binnen Het Schild verloopt moeizaam. Een aantal zorgverleners ondersteunen dit niet en/of maken bezwaren. Zij doen dit door bijvoorbeeld door zorgverleners die een ander geluid laten horen, regelmatig te negeren als zij moeten samenwerken. Meerdere gesprekspartners geven dit aan.

Het Schild heeft het laatste jaar ingezet op stut en steun voor de zorgverleners. De teamcoach is versterkt door de twee coaches van Waardigheid en Trots. Ook hebben zorgverleners, zowel door het teamoverleg en de dagopening, de gelegenheid te reflecteren op eigen handelen. Toch constateert de inspectie dat de situatie binnen Het Schild weerbarstig is. Zowel bestuur als management zijn zich hiervan bewust.
 


Bijlage 1 Methode


De inspecteur toetst of de zorg wordt gegeven zoals is voorgeschreven in wetten, veldnormen, professionele standaarden en in het veld vastgestelde kwaliteitskaders. Om tot een goed onderbouwd oordeel te komen, gebruikt de inspectie tijdens het bezoek verschillende informatiebronnen. De inspectie vergelijkt en weegt de informatie uit deze bronnen. Vervolgens beoordeelt de inspectie of de geboden zorg door Het Schild voldoet aan relevante wetten, veldnormen, professionele  standaarden en in het veld vastgestelde kwaliteitskaders. In de bevindingen  beschrijft de inspectie per norm welke informatiebronnen zijn gebruikt om tot dit oordeel te komen en welke methode zij daarvoor gebruikt heeft.

Tijdens het bezoek heeft de inspectie de volgende informatiebronnen gebruikt:

- Gesprekken met 2 aantal cliënten uit welke huiskamer/team/afdeling;
- Gesprekken met cliëntvertegenwoordigers van afdelingen;
- Observatie van 5 aantal cliënten op afdeling, zie uitleg over de methode hieronder;
- Gesprekken met 4 aantal uitvoerende medewerkers van afdeling;
- Gesprekken met 2 behandelaars;
- Gesprekken met het management(team) en bestuurder;
- Inzage in 3 cliëntdossiers;
- documenten, genoemd in bijlage 2;
- een rondgang door Het Schild.

Inspecteurs beoordelen op de werkvloer of de  zorgaanbieder goede  zorg  verleent. De inspecteurs passen zich zo veel mogelijk aan het ritme van de dag op de locatie aan. Om een beeld te  krijgen van deze locatie starten de  inspecteurs zo  mogelijk met een kort gesprek met de eindverantwoordelijke van die dag of de   leidinggevende. Daarnaast vindt een rondleiding door de locatie plaats zodat de inspecteurs zich een beeld kunnen vormen van de leefsituatie van de cliënten en de werksituatie van de zorgverleners. Verder zijn de inspecteurs voor een groot deel   van de tijd op de  afdelingen of in de  woningen aanwezig. In verschillende  huiskamers observeren de inspecteurs cliënten en zorgverleners. Hiervoor gebruiken zij de observatiemethode SOFI (zie de uitleg hieronder).  Tijdens  de  observatie kijken de inspecteurs hoe zorgverleners de cliënten aanspreken en hoe het contact tussen de cliënten en zorgverleners is.

De inspecteurs voeren door de dag heen, waar mogelijk, gesprekken met managers, zorgverleners, cliënten, cliëntvertegenwoordigers en cliëntenraadsleden. Zij zien ook cliëntdossiers en documenten in.

De inspecteurs kunnen overlegvormen zoals bijvoorbeeld een multidisciplinair overleg of een overdrachtsmoment bijwonen.
 


Uitleg observatiemethode SOFI
De inspectie maakt gebruik van een gestandaardiseerde methode om cliënten te observeren als extra informatiebron. Deze methode heet SOFI, Short Observational Framework for Inspection. Dit hulpmiddel is ontwikkeld door de Universiteit van Bradford en CQC (de Engelse Inspectie voor de Gezondheidszorg).

Krijgt de cliënt overdag activiteiten aangeboden die hij of zij zinvol of leuk vindt? Spreekt de zorgverlener de cliënt aan op een manier die de cliënt plezierig vindt?   Hoe de cliënt de zorg ervaart, maakt onderdeel uit van de kwaliteit. Cliënten kunnen vaak moeilijk zelf aangeven wat hun wensen zijn. Hoe kan een inspecteur dan beoordelen of de zorg aansluit bij de wensen van deze cliënt?

Met SOFI zitten twee inspecteurs ieder in een huiskamer. Zij observeren hoe zorgverleners reageren op een cliënt, en andersom. Stimuleren de zorgverleners activiteiten voor cliënten? Praten zorgverleners met  de  cliënten, zingen zij een liedje, doen ze een spelletje of gaan zij wandelen met de cliënt. Hoe is de stemming van cliënten, hoe betrokken zijn zij bij hun omgeving?

Na de observatie volgt een gesprek met de zorgverleners waarin situaties die de inspecteurs hebben gezien aan de orde komen. Zo krijgen de inspecteurs een beter beeld hoe de individuele cliënten de zorg ervaren.

Wilt u meer weten over SOFI dan kunt u dit lezen op de website van de Universiteit van Bradford.
 


Bijlage 2 Geraadpleegde documenten


De inspectie heeft de met * gemarkeerde documenten opgenomen in haar archief. De overige documenten vernietigt de inspectie na vaststelling van het rapport.

- Overzicht van de zorgprofielen van cliënten van het Schild;
- Overzicht van fte’s van zorgverleners en behandelaars van Het Schild;
- Overzicht van ziekteverzuim en personeelsverloop van de te bezoeken Het Schild van de laatste 12 maanden;
- Overzicht van de gevolgde scholing in het afgelopen jaar aan de medewerkers van Het Schild en de planning voor het lopende jaar;
- Overzicht van MIC-meldingen van alle teams in de afgelopen twee maanden;
- De analyse van MIC-meldingen van juli en augustus 2019;
- Kwaliteitsplan Het Schild 2019-2021;
- Dynamisch verbeterplan Het Schild;
- Notulen laatste twee teamoverleggen team 1 t/m 6 van Het Schild;
- Afsprakenlijst MIC/MIM commissie.

Kaart

Het Schild, Wolfheze