Regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie

Wereldwijd zijn er steeds meer resistente bacteriën. Vooral de Bijzonder Resistente Micro-Organismen (BRMO) zijn reden tot zorgen.  Dat zijn bacteriën die niet of nauwelijks meer reageren op de meest gebruikte antibiotica. In Nederland zijn er tien regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie (ABR). Het doel van de zorgnetwerken ABR is om in netwerkverband tussen zorgaanbieders, antibioticaresistentie te voorkomen door goed antibioticagebruik. En om verspreiding van resistente bacteriën zoveel als mogelijk tegen te gaan.

De Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd hield toezicht op Infectiepreventie en Regionale Zorgnetwerken Antibioticaresistentie. Hierbij keken we naar een van de zorgnetwerken ABR. Dat was het Limburgs Infectiepreventie en ABR Netwerk (LINK). We bezochten binnen Limburg zorgaanbieders uit 9 verschillende sectoren: ziekenhuizen, verpleeghuizen, GGD’en, instellingen gehandicaptenzorg, huisartsenpraktijken, thuiszorgorganisaties, revalidatiecentra, ggz-instellingen en mondzorgpraktijken. De inspectie heeft ervoor gekozen om dit toezicht te starten aan het eind van het opstarttraject van de regionale zorgnetwerken ABR (2017). Het doel van dit toezicht was de zorgaanbieders te stimuleren in het vormgeven van samenwerking op het terrein van ABR.

Daarnaast werden meerdere patiënten met een BRMO gevolgd in hun route door de zorg. Dit noemen we de patiëntreis. Zo konden we zien welke informatie over BRMO deze patiënten en hun behandelaar kregen als zij van de ene zorgaanbieder naar de andere gingen. En wat de patiënt van die informatie vond. Het doel was zowel een beeld per zorgaanbieder te krijgen als van de zorgregio Limburg als geheel.

Project TIRZA

Terug naar overzicht

Antibioticabeleid

Het cirkeldiagram geeft de score weer van de zorgaanbieders op het thema antibioticabeleid. In totaal zijn 38 zorgaanbieders bezocht.

Aandacht voor diagnostiek en verantwoord voorschrijven van antibiotica

De inspectie zag dat zorgaanbieders aandacht hadden voor het verantwoord voorschrijven van antibiotica. De meeste sectoren maakten gebruik van een (landelijk) vastgesteld antibioticaformularium. In sommige sectoren was het gebruik van een antibioticaformularium beperkt. Bijvoorbeeld in de mondzorgsector. Ook konden sommige sectoren het formularium nog beter toespitsen voor gebruik in de eigen organisatie, of afstemmen in de regio.

Daarnaast constateerde de inspectie dat zorgaanbieders gebruik maakten van methoden om gerichter antibiotica voor te schrijven. Bijvoorbeeld door een (instellingsbreed) kweekbeleid te gebruiken. Of het gebruik van zogenoemde ‘C-reactieve proteïne (CRP)-metingen’. Het CRP-gehalte in het bloed is een maat voor ontsteking. Met het resultaat van deze meting kan een huisarts beslissen om wel of geen antibiotica voor te schrijven. Voorschrijvers gaven aan dat zij bij twijfel makkelijk contact zochten met een specialist uit het ziekenhuis (of van een andere zorgaanbieder). Bijvoorbeeld een arts-microbioloog of een deskundige infectiepreventie.

Inzicht in antibioticagebruik van eigen organisatie beperkt

De inspectie stelde vast dat niet alle zorgaanbieders inzicht hadden in het antibioticagebruik/voorschrijfgedrag binnen de organisatie. Bijvoorbeeld op afdelingsniveau of praktijkniveau. Het antibioticagebruik kan bijvoorbeeld vergeleken worden met voorgaande jaren, tussen afdelingen of met andere zorgaanbieders in de regio. Zorgaanbieders die wel inzicht hadden in het antibioticagebruik spiegelden dit niet allemaal. Inzicht in het antibioticagebruik kan helpen om antibiotica effectiever en gericht in te zetten.

Infectiepreventie

Het cirkeldiagram geeft de score weer van de zorgaanbieders op het thema infectiepreventie. In totaal zijn 38 zorgaanbieders bezocht.

Zorgaanbieders hebben infectiepreventie grotendeels op orde

De inspectie constateerde dat de zorgaanbieders infectiepreventie grotendeels op orde hadden. Op deze manier dragen zorgaanbieders bij aan het voorkomen van de verspreiding van resistente bacteriën. Verschillende zorgaanbieders hadden een infectiepreventiecommissie. Soms waren er zogenoemde ‘aandachtsvelders infectiepreventie’ aanwezig op afdelingen. Zij waren het aanspreekpunt voor vragen en bewaakten de kwaliteit van het infectiepreventiebeleid binnen de organisatie. Verder stelde de inspectie vast dat de meeste organisaties een protocol voor persoonlijke hygiëne hadden, zoals handhygiëne.

Sterilisatieproces in de huisartsen- en mondzorgpraktijken onvoldoende

De inspectie constateerde dat de reiniging en desinfectie beter kan. Betere reiniging en desinfectie verkleint de kans op verspreiding van resistente bacteriën. Bij meerdere zorgaanbieders was de scheiding tussen schoon en vuil in de spoelruimte onvoldoende. Ook zag de inspectie dat een aantal zorgaanbieders gebruik maakten van een desinfectans voor oppervlakten die niet voldeed aan de toelatingsnormen volgens de geldende richtlijnen. Tenslotte zag de inspectie dat zorgmedewerkers en schoonmaakpersoneel in bijna alle sectoren meer kennis kunnen opdoen over infectiepreventie. Zo zag de inspectie meerdere keren dat schoonmaakmedewerkers niet volgens de richtlijnen werkten. De inspectie stelt daarmee vast dat de kennis over infectiepreventie beter kan.

Sterilisatieproces in de huisartsen- en mondzorgpraktijken onvoldoende

De inspectie zag dat het sterilisatieproces in meerdere bezochte huisartsenpraktijken en in één bezochte mondzorgpraktijk onvoldoende is. Dat kwam doordat de autoclaaf, het apparaat dat steriliseert, niet voldeed aan de eisen. Voor veilig gebruik van instrumenten is het goed steriliseren cruciaal. Apparaten moeten goed onderhouden zijn en medewerkers moeten kennis van zaken hebben. Ook moet de ruimte waarin de sterilisatie wordt uitgevoerd, zo zijn ingedeeld dat schoon en vuil materiaal goed gescheiden blijft. De inspectie zag vooral in de huisartsenpraktijken risico’s bij het plaatsen en onderhouden van de apparatuur.

Registratie en overdracht

Het cirkeldiagram geeft de score weer van de zorgaanbieders op het thema registratie en overdracht. In totaal zijn 38 zorgaanbieders bezocht.

Ondanks goede score blijven registratie en overdracht een aandachtspunt

De inspectie zag dat bij opname van een cliënt of patiënt een BRMO-risico-inventarisatie werd gedaan. Als een behandelaar wist dat een patiënt een BRMO had, zette hij of zij dat in het dossier. De zorgaanbieders droegen deze informatie voldoende over aan een volgende behandelaar. En zij informeerden ook de patiënt. Toch bleek uit de resultaten van de patiëntreizen dat het merendeel van de patiënten zelf aangaf dat zij niet of niet voldoende informatie hadden gekregen over de BRMO die zij hadden, en de gevolgen daarvan. Ook bleek uit de patiëntreis dat zorgverleners vonden dat de patiënt ook zelf een volgende behandelaar moest vertellen dat hij een BRMO had. De inspectie ziet dit als een taak van de zorgverlener.

Een aantal zorgverleners vertelden dat zij informatie over BRMO-dragerschap soms te laat of maar deels ontvingen. Als reden noemden zij dat de digitale systemen niet goed op elkaar aansloten. Ook bleek uit de patiëntreis dat de informatieoverdracht niet altijd goed ging. Het gebrek aan een goede overdracht vormt een risico voor de verspreiding van BRMO tussen zorgaanbieders/instellingen. Het is belangrijk dat de overdracht door de hele zorgketen goed verloopt. De meeste zorgaanbieders hadden een (schriftelijke) procedure voor het melden van infectieziekten bij de GGD.

Limburg is een grensregio, waardoor de provincie te maken heeft met buitenlands zorgverkeer. Zorgaanbieders zorgden voor een goede uitwisseling van informatie met buitenlandse zorgaanbieders. De GGD’en hadden bijvoorbeeld afspraken met buurlanden over uitwisseling van signalen over infectieziekten.

Goed bestuur

De cirkeldiagrammen geven de score weer van de zorgaanbieders op het thema goed bestuur. In totaal zijn 38 zorgaanbieders bezocht.

Bestuurders bewust van hun verantwoordelijkheid in het tegengaan van vorming en verspreiding van BRMO

Bestuurders waren zich bewust van hun verantwoordelijkheid in het tegengaan van vorming en verspreiding van BRMO. De inspectie constateerde dat bestuurders actuele wet- en regelgeving in hun organisatie hadden ingevoerd. De bestuurders zorgden voor mensen, middelen en materialen voor infectiepreventie. Ook vonden zij het belangrijk om samen te werken in de regio en met LINK.

Bestuurders zorgen voor een veilige aanspreekcultuur, maar sturing op kwaliteit en deskundigheidsbevordering kan beter

Bestuurders zorgden voor een veilige cultuur voor medewerkers om elkaar aan te spreken op de naleving van de richtlijnen voor infectiepreventie. Tegelijkertijd zag de inspectie dat deskundigheid op het gebied van infectiepreventie en antibioticabeleid bij een aantal zorgaanbieders beter kon. Hetzelfde gold voor sturing op kwaliteit van deze thema’s. Het bestuur wist bijvoorbeeld niet altijd van het beleid voor reiniging en desinfectie in de organisatie en de uitvoering daarvan. Ook zag de inspectie dat de kwaliteitssystemen bij meerdere zorgaanbieders niet op orde waren. Hierin waren bijvoorbeeld niet alle procedures vastgelegd en/of protocollen opgesteld. Daardoor was er onvoldoende borging. Blijvende aandacht van bestuurders voor kwaliteit van infectiepreventie, beleid en scholing van personeel is belangrijk om het niveau van infectiepreventie en antibioticabeleid op peil te houden. Kwaliteit van infectiepreventie en de gedragsverandering kan geborgd worden door bijvoorbeeld audits te doen. Of door inspiratie op te doen bij andere zorgaanbieders, door zogenoemde ‘intercollegiale visitaties’.

Samenwerking

De inspectie keek in alle bezoeken naar de relatie en samenwerking tussen de zorgaanbieder en het Limburgs Infectiepreventie en ABR Netwerk (LINK).

Zorgaanbieders wisselend aangesloten bij LINK

De inspectie concludeert dat de negen bezochte sectoren in wisselende mate waren aangesloten bij LINK. Maar alle bezochte zorgaanbieders zagen wel het belang van verdere verkenning tot aansluiten. LINK heeft de inspectie laten weten dat zij samen met de zorgaanbieders hieraan gewerkt heeft en dat de situatie tussen het moment van de bezoeken en de openbaarmaking van het rapport veranderd is.

De zorgaanbieders waren vooral aangesloten na actieve benadering vanuit LINK. Een aantal zorgaanbieders had zelf contact gezocht met LINK. De aankondiging van ons toezicht werd in meerdere gevallen ook als stimulans genoemd.

In de ziekenhuizen en verpleeghuizen toetste de inspectie dit thema. In die sectoren is actieve deelname aan het regionale zorgnetwerk ABR namelijk opgenomen in de richtlijnen van de sector. Bij de andere sectoren besprak de inspectie dit thema alleen ter informatie. De mondzorgsector was niet bekend met LINK. Dit kwam omdat mondzorg niet is opgenomen als sector in het plan voor de zorgnetwerken.

De inspectie vond grofweg vier niveaus van betrokkenheid:

  • Niet: Niet bekend met LINK
  • Beperkt: Bekend met LINK, maar niet aangesloten
  • Redelijk: Bekend en redelijk aangesloten bij LINK
  • Volledig: Bekend en actief aangesloten bij LINK
Sector Volledig Redelijk Beperkt Niet
Ziekenhuizen X
Revalidatieklinieken X
GGD'en X
Verpleeghuizen X
Huisartsenpraktijken X
ggz-instellingen X
Zorgaanbieders gehandicaptenzorg X
Thuiszorgorganisaties X
Mondzorgpraktijken X

De inspectie keek in alle bezoeken naar de relatie en samenwerking tussen de zorgaanbieder en het Limburgs Infectiepreventie en ABR Netwerk (LINK).

Zorgaanbieders wisselend aangesloten bij LINK

De inspectie concludeert dat de negen bezochte sectoren in wisselende mate waren aangesloten bij LINK. Maar alle bezochte zorgaanbieders zagen wel het belang van verdere verkenning tot aansluiten. LINK heeft De inspectie laten weten dat zij samen met de zorgaanbieders hieraan gewerkt heeft en dat de situatie tussen het moment van de bezoeken en de openbaarmaking van het rapport veranderd is.

De zorgaanbieders waren vooral aangesloten na actieve benadering vanuit LINK. Een aantal zorgaanbieders had zelf contact gezocht met LINK. De aankondiging van ons toezicht werd in meerdere gevallen ook als stimulans genoemd.

In de ziekenhuizen en verpleeghuizen toetste de inspectie dit thema. In die sectoren is actieve deelname aan het regionale zorgnetwerk ABR namelijk opgenomen in de richtlijnen van de sector. Bij de andere sectoren besprak de inspectie dit thema alleen ter informatie. De mondzorgsector was niet bekend met LINK. Dit kwam omdat mondzorg niet is opgenomen als sector in het plan voor de zorgnetwerken.

Patiëntperspectief

Patiënten komen soms in korte tijd bij meerdere zorgaanbieders, zoals een ziekenhuis en een revalidatiekliniek. Zo maken ze een reis door de zorg. Daarbij krijgen zij van verschillende zorgverleners informatie.

De inspectie wilde weten hoe die informatievoorziening eruit ziet bij patiënten met een bijzonder resistente bacterie (BRMO). Het patiëntperspectief werd in kaart gebracht aan de hand van patiëntreizen. Dat deed het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op verzoek van de inspectie.

Het RIVM sprak met tien patiënten met een BRMO en vier zorgverleners. Bij twee patiënten sprak het RIVM met een familielid, omdat de patiënt niet in staat was om zelf het gesprek te voeren. De geïnterviewde patiënten hadden minimaal twee zorgaanbieders bezocht in de tijd dat zij een BRMO hadden. In totaal bezochten de patiënten zorgaanbieders uit vijf sectoren: ziekenhuizen, huisartsenpraktijken, een revalidatiekliniek, thuiszorgorganisaties en een ggz-instelling.

De resultaten van de overdrachtsmomenten hebben we hieronder samengevat.

Informatievoorziening aan patiënt over BRMO

Vier patiënten gaven aan dat zij voldoende en duidelijke informatie hadden ontvangen over wat het betekent om een BRMO te hebben. Terwijl zes patiënten geen informatie of onvoldoende informatie hierover ontvingen. Dat zorgde voor onrust. Zo vertelde een patiënt dat zij sommige voorzorgsmaatregelen niet begreep. Patiënten ontvingen de informatie het liefst tijdens een gesprek of via een informatiefolder. Twee patiënten ontvingen later alsnog informatie van het laboratorium. De zorgverleners gingen ervan uit dat de arts die de diagnose stelde de patiënt ook informatie gaf over de BRMO.

Registratie en informatieoverdracht volgende zorgverlener

Als een patiënt naar een volgende behandelaar ging, kreeg die behandelaar meestal automatisch informatie over de BRMO van de patiënt. Dat stond dan genoteerd in het patiëntdossier. Toch werd deze informatie een aantal keer ergens in de keten niet of niet volledig geregistreerd en overdragen. Daardoor waren niet alle zorgverleners op de hoogte van de BRMO. De meeste zorgprofessionals waren tevreden over de informatieoverdracht. Patiënten hadden gehoord van zorgverleners dat zij ook zelf aan een volgende arts moesten laten weten dat zij een BRMO hadden. De zorgverleners die het RIVM sprak, vonden dat ook.

Deskundigheid zorgprofessionals volgens patiënten

De patiënten oordeelden wisselend over de deskundigheid van hun zorgverleners. Zo gaven niet alle zorgverleners naar hun mening een goede uitleg. Of ze gaven verschillende adviezen over het volgen van de voorzorgsmaatregelen. Een patiënt vertelde dat de verpleegkundigen niet dezelfde voorzorgmaatregelen (handschoenen gebruik e.d.) namen. Dit zorgde bij deze patiënten voor verwarring en frustratie.

Verpleeghuizen

De inspectie bezocht vijf verpleeghuizen. Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten verpleeghuizen per thema

Zorgaanbieders gehandicaptenzorg

De inspectie bezocht drie zorgaanbieders gehandicaptenzorg. Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Bij deze drie zorgaanbieders gehandicaptenzorg werkte een arts verstandelijk gehandicapten (AVG). De AVG is verantwoordelijk voor het antibioticabeleid. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten zorgaanbieders gehandicaptenzorg per thema

Mondzorgpraktijken

De sector mondzorg maakte geen deel uit van de regionale zorgnetwerken ABR. Toch nam de inspectie de mondzorgsector mee in dit toezicht. De reden hiervoor is de aanzienlijke hoeveelheid antibiotica die de sector voorschrijft. De inspectie bezocht vier mondzorgpraktijken. Eén Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde (CBT), twee grotere tandartspraktijken en één solopraktijk. Het aantal bezoeken is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten mondzorgpraktijken per thema

Ggz-instellingen

De inspectie bezocht twee instellingen voor Geestelijke Gezondheidszorg (ggz). Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten ggz-instellingen per thema

Thuiszorgorganisaties

De inspectie bezocht vijf thuiszorgorganisaties. Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten thuiszorgorganisaties per thema

GGD’en

De inspectie bezocht de twee GGD’en in Limburg. Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten GGD’en per thema

Huisartsenpraktijken

De inspectie bezocht tien huisartsenpraktijken. Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten huisartsenpraktijken per thema

Revalidatieklinieken

De inspectie bezocht twee revalidatieklinieken. Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Eén revalidatiekliniek had een intramurale zorgafdeling. De andere revalidatiekliniek had alleen een poliklinische afdeling in Limburg. De intramurale setting was in Noord-Brabant. Het aantal bezoeken is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten revalidatieklinieken per thema

Ziekenhuizen

De inspectie bezocht vijf ziekenhuizen. Dit aantal is niet genoeg om conclusies te trekken over de hele sector. Lees meer over de methode van deze inspectiebezoeken bij ‘over het toezicht’ onderaan de pagina.

Resultaten ziekenhuizen per thema

Over het algemeen positief beeld

De inspectie zag dat er veel op orde is in de regio op het gebied van infectiepreventie, antibioticabeleid, registratie en overdracht en goed bestuur. De meeste zorgaanbieders gaven aan dat zij niet veel te maken hebben met patiënten met een BRMO. De zorgaanbieders voldoen (grotendeels) aan de richtlijnen die binnen de eigen sector gelden op deze thema’s. Op deze manier dragen zorgaanbieders bij aan het voorkomen van verspreiding van resistente bacteriën en het tegengaan van antibioticaresistentie.

Daarnaast worden meerdere patiënten met een BRMO gevolgd in hun route door de zorg. Zo kunnen we zien hoe deze patiënten zich bewegen van de ene zorgaanbieder naar de andere en hoe de patiënt dit ervaart. Op die manier krijgt de inspectie niet alleen een beeld per zorgaanbieder, maar ook van de zorgregio als geheel.

Resultaten van het toezicht

Hierboven laten we verder zien hoe het toezicht in Limburg er uit zag. Dat doen we per sector en per thema. Ook gaan we in op de patiëntreis en het zorgnetwerk ABR in Limburg (LINK).

Naast de weergave hierboven hebben we ook een factsheet gemaakt over dit onderzoek. Daar staat meer informatie over de aanbevelingen van de inspectie en ons vervolgtoezicht.

Meer over antibioticaresistentie

Wij  zien er op toe dat artsen hun methodes en richtlijnen aanpassen en navolgen. Zodat de resistentieproblemen niet nog groter worden. Alleen dan blijven antibiotica in de toekomst bruikbaar.

Antibiotica worden gebruikt om infecties te bestrijden. Maar steeds meer soorten bacteriën worden resistent tegen steeds meer soorten antibiotica. Hierdoor kan een patiënt met een infectieziekte soms niet meer goed behandeld worden met antibiotica, omdat die antibiotica niet meer werken. Artsen  moeten alleen antibiotica voorschrijven als het echt noodzakelijk is. Zij moeten de antibiotica nauwkeurig toepassen op de ziekteverwekker.

Zorgen dat infecties zich niet verspreiden

Artsen moeten er nog beter voor zorgen dat infecties zich niet verspreiden, zodat antibiotica niet nodig zijn. Om het ontstaan en het verspreiden van infectieziekten tegen te gaan kunnen artsen  bijvoorbeeld hygiënemaatregelen nemen en vaccineren. De overheid en de zorgsector stellen zich de komende jaren extra doelen om antibioticaresistentie verder tegen te gaan. Lees meer hierover op Rijksoverheid.nl. IGJ werkt ook samen met de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) op het terrein van antibioticaresistentie en (gezelschaps)dieren.