Dwang in de zorg en vaccineren

Vaccinatie (tegen bijvoorbeeld het coronavirus) is niet verplicht. Cliënten hebben de keuze om zich wel of niet te laten vaccineren. Dit geldt ook voor cliënten bij wie dwang in de zorg wordt toegepast, en die vallen onder de Wet verplichte ggz (Wvggz) of de Wet zorg en dwang (Wzd).

Als een cliënt de keuze om zich te laten vaccineren zelf niet goed kan maken, is de cliënt wilsonbekwaam om deze beslissing te nemen. Dan beslist de vertegenwoordiger van de cliënt. Dit kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn (curator of mentor). Als die ontbreekt, kan een vertegenwoordiger uit de familiekring ook de beslissing nemen. Degene die normaal gesproken beslissingen neemt namens de cliënt, kan ook beslissen over de vaccinatie.

Toestemming vragen bij mogelijke wilsonbekwaamheid

Als een zorginstelling de vaccinatie uitvoert, dan beoordelen zorgverleners van die instelling of zij toestemming nodig hebben van de cliënt of van diens vertegenwoordiger voor de vaccinatie. De algemene regel is dat een cliënt die normaal zelf over zijn medicatie beslist, ook zelf beslist over de vaccinatie. Als de (huis)arts de vaccinatie uitvoert, is het aan de (huis)arts om de wilsbekwaamheid van de cliënt in te schatten en op basis daarvan te beslissen wie hij om toestemming vraagt.

Toestemming van vertegenwoordiger, maar verzet van wilsonbekwame cliënt

De inspectie ondersteunt het advies van brancheorganisaties Verenso en VGN, voor cliënten die vallen onder de Wzd: “Als de vertegenwoordiger toestemming heeft gegeven maar de cliënt zich daadwerkelijk verzet tegen de vaccinatie, dan adviseren wij de vaccinatie niet door te zetten. We raden naasten of de vertegenwoordiger van de cliënt aan om nog een keer in gesprek gaan met de cliënt om hem of haar gerust te stellen en bij te staan bij de vaccinatie.”
De inspectie gaat bij haar toezicht na of in lijn met dit advies gehandeld is, ook voor cliënten die vallen onder de Wvggz.

Geen toestemming, wel vaccineren

De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo), de Wvggz en de Wzd, bieden in uitzonderingsgevallen de mogelijkheid om een ingreep (zoals vaccineren) uit te voeren zonder toestemming van de cliëntvertegenwoordiger. Of als de cliëntvertegenwoordiger toestemming heeft gegeven, maar de cliënt zich verzet. Dit mag alleen als de zorgverlener de ingreep noodzakelijk vindt om ‘kennelijk ernstig nadeel’ voor de cliënt weg te nemen. De inspectie adviseert om deze ruimte niet op te zoeken.

Dat betekent dat vaccineren tegen het coronavirus dus met toestemming en zoveel mogelijk met gedragen besluitvorming plaatsvindt.