Dwang in coronatijd

Zorgaanbieders moeten goede zorg leveren. Dat betekent ook dat zij cliënten beschermen tegen een besmetting met het coronavirus. Om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen bij kwetsbare cliënten, zijn soms ingrijpende maatregelen nodig.

Zorgaanbieders hebben in coronatijd de ruimte om zo nodig de zorg op andere manieren te organiseren dan normaal. Belangrijk blijft dat ze goed nadenken over de maatregelen die zij kiezen. Ook moeten zij die beslissing goed kunnen uitleggen. Daarom moeten zij altijd opslaan welke beslissingen en maatregelen zij nemen en waarom zij dit hebben gedaan.

Veiligheid van groepen en personen in coronatijd

Zorgaanbieders moeten zorgen voor de veiligheid van een groep cliënten, maar ook voor de veiligheid van één cliënt. Dat levert soms dilemma’s op tussen collectieve of individuele maatregelen. Dan ontstaan er moeilijke situaties. Ook dan is de kwaliteit van leven van cliënten en het bieden van goede, persoonsgerichte zorg belangrijk. Dit betekent dat zorgaanbieders zorgvuldige afwegingen moeten maken en zorg op maat moeten bieden. Ook moeten zij de cliënten en hun vertegenwoordigers betrekken bij hun beslissing.

De bestuurder is eindverantwoordelijk voor de gemaakte afwegingen en het bieden van goede en veilige zorg.

Meer informatie over de regels van de Wvggz en de Wzd in coronatijd staat op de website van het Ministerie van VWS:

Toegang van vertrouwenspersonen tot zorglocaties in coronatijd

Volgens de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19, kunnen zorgaanbieders de toegang van mensen tot een zorglocatie beperken. Zo kunnen ze verspreiding van het coronavirus voorkomen. Meer informatie hierover staat op de pagina Wetten over dwang in de zorg.

De beperkingen gelden niet voor (onder meer) patiëntenvertrouwenspersonen (PVP) en cliëntenvertrouwenspersonen (CVP). Zorgaanbieders moeten vertrouwenspersonen toegang geven tot de zorglocatie en daarmee tot de cliënten. Als een PVP of CVP geen toegang krijgt tot een locatie, kan deze de bestuurder vragen wat de reden is. Als de PVP of CVP met de bestuurder geen oplossing vindt, kan hij dit melden bij de inspectie via Stichting PVP of de cliëntenvertrouwenspersonen Wet zorg en dwang (Wzd).

De IGJ behandelt deze meldingen met voorrang. Bijvoorbeeld door telefonisch contact op te nemen met de zorgaanbieder, Stichting PVP of de CVP-aanbieder of andere relevante partijen. Wij kijken altijd of een zorgaanbieder besluiten goed doordacht en in verhouding (proportioneel) heeft genomen. Als wij vaststellen dat een PVP of CVP ten onrechte niet wordt toegelaten tot de zorglocatie, kunnen we maatregelen nemen.