Herstelcentrum C&S - Herstelcentrum Tiel en Rijswijk (Gelderland)

In maart 2018 deden de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting en de Wmo- toezichthouder van de GGD Gelderland-Zuid gezamenlijk onderzoek bij Herstelcentrum C&S. De Wmo-toezichthouder heeft al eerder onderzoek bij Herstelcentrum C&S uitgevoerd in 2016 en 2017 omdat er cliënten op grond van de Wmo 2015 verbleven.

Herstelcentrum C&S voldeed op het moment van het toezicht aan 10 van de 34 onderzochte verwachtingen uit het toetsingskader Verantwoorde Hulp voor Jeugd.

Bij vijf van de tien voldoendes formuleert de inspectie een aandachtspunt.

Verbetering is nodig op de volgende criteria:

 1.1 Professionals bieden passende hulp

 1.2 Professionals werken volgens professionele standaarden

 1.3. Professionals betrekken jeugdigen en hun ouders bij de hulp

 1.4. Professionals stemmen af met de bij de jeugdigen en hun ouders betrokken instanties

 2.1. Professionals houden goed zicht op de veiligheid van jeugdigen.

 2.2. Professionals beperken de veiligheidsrisico’s voor jeugdigen

 2.3. De aanbieder zorgt ervoor dat jeugdigen op een veilige wijze medicatie ontvangen.

 3.1 De fysieke leefomgeving is van goede kwaliteit

 3.2. Het leefklimaat is passend bij de jeugdigen

 4.1. De aanbieder geeft de jeugdigen en hun ouders de mogelijkheid om voor hun individuele belangen op te komen.

 5.1. De aanbieder voert systematisch kwaliteitsmanagement uit.

 5.2. De aanbieder zet gekwalificeerde professionals in.

 5.3. De aanbieder voldoet aan de geselecteerde nalevingsnormen.

De inspectie maakt zich gezien het aantal en de ernst van de tekortkomingen zorgen over de veilige en gezonde ontwikkeling van de jeugdigen die bij Herstelcentrum C&S verblijven.

Gelet op de ernst van de tekortkomingen is Herstelcentrum C&S reeds gevraagd een aantal verbetermaatregelen in te zetten ten aanzien van tekortkomingen met hoge risico’s voor de cliënten. Daarnaast beraadt de inspectie zich op nader in te zetten maatregelen. De inspectie doet dit in afstemming met de betrokken gemeenten om onnodige stapeling van maatregelen te voorkomen.