weblogberichten

Governance

Schoenmaker, blijf bij je leest’, zo krijgen wij soms te horen of lezen over ons kader Goed bestuur . De kritische reacties op het kader komen vaak uit de juridische hoek, waarbij men zich afvraagt waarom een extra kader nodig is bovenop bestaande wet- en regelgeving. In het veld horen we ook andere geluiden. Bestuurders zeggen er juist baat bij te hebben en er blij mee te zijn.

Als het kader Goed bestuur gezien wordt als extra regelgeving dan slaan we inderdaad de plank mis. Het kader is er juist voor om goed bestuur en intern toezicht te agenderen en stimuleren. En in de dialoog met bestuurders en toezichthouders merken we dat dat werkt. 

Zo was er deze maand nog een bestuurder die in zijn regio met meer dan tien andere besturen had gesproken over het opbouwen van een netwerk voor meer toekomstbestendige zorg. Hij wilde sparren, hoe de inspectie hierover dacht. Ook pakken inspecteurs signalen op van verstoorde verhoudingen tussen bijvoorbeeld zeggenschapsorganen en raad van toezicht. Dit kan namelijk gevolgen hebben voor de kwaliteit van zorg en dat willen we voorkomen.

Wij gaan graag met bestuurders en intern toezichthouders in gesprek

Rian Vos
Rian Vos, coördinerend specialistisch inspecteur

Wij stellen ons niet op als de tegenpartij of als dé toezichthouder op bestuurders. Maar het is wel logisch dat wij praten met de eindverantwoordelijke voor kwaliteit en veiligheid en zo nodig ook de intern toezichthouder aanspreken op goed bestuur. Dat is in eerste instantie altijd in de vorm van een dialoog.

Als een bestuurder ons goed uitlegt hoe hij zicht heeft op de kwaliteit en hoe hij daarop stuurt en wij geen risico’s zien, spreken we vertrouwen uit. Als we wel potentiële risico’s zien en deze worden adequaat weggenomen, dan is er ook geen reden om in te grijpen. Wanneer bestuurders samenwerkingsverbanden willen aangaan in het belang van de cliënten, dan moedigen wij dat aan. Wij zeggen vooral:

pak de kansen die er liggen om de zorg binnen en buiten de muren van je instelling beter te maken.

Als eenmaal duidelijk is voor bestuurders en toezichthouders dat dit ons uitgangspunt is, vinden bestuurders het hooguit soms nog spannend dat wij zo met hen in gesprek gaan. Dat komt immers dichtbij. Iedereen die een vak uitoefent, moet bekwaam zijn. Dat geldt ook voor bestuurders. Hoe beoordelen wij dat? Hoe krijgen wij het vertrouwen in die bestuurder? Ons afwegingskader vertrouwen is hiervoor een hulpmiddel. Wij gebruiken het om af te wegen of wij er vertrouwen in hebben dat het gedrag van de zorgaanbieder bijdraagt aan goede zorgverlening. Naast vertrouwen kijken we uiteraard naar goede zorg:

is er sprake van persoonsgebonden zorg, zijn er deskundige zorgmedewerkers en wordt er gestuurd op kwaliteit en veiligheid? En als het goed is, heeft de interne toezichthouder deze vragen ook gesteld en beoordeeld.

Wat voegt het kader toe aan de Governancecode Zorg?’, dat was een van de vragen tijdens een Governance College voor bestuurders en interne toezichthouders in de zorg. Het kader is geen toevoeging als in een nieuwe set regels waaraan bestuurders zich moeten houden. Het is bedoeld om focus aan te brengen in bestaande wet- en regelgeving rondom goed bestuur en om te agenderen. Uit de bestaande wet- en regelgeving de punten te halen die bij bestuurders bekend moeten zijn. Dingen dus waarop wij, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en IGJ, letten. Er staan geen nieuwe regels of normen in. Het is een breed misverstand dat IGJ zelf normen stelt.

Gespreksonderwerpen bestuurders in de zorg met IGJ
Afbeelding: Onderwerpen van gesprek tussen zorgbestuurders, intern toezichthouders en IGJ.

Het kader moet dus zeker geen juridisch obstakel vormen, maar een instrument zijn om de verwachtingen helder te krijgen. Het biedt handvatten voor een dialoog binnen de organisatie, met stakeholders en intern toezichthouders. Wij gaan graag met bestuurders en intern toezichthouders in gesprek. Dat deden we onder meer twee jaar geleden tijdens een invitational conference over intern toezicht, samen met de NZa, de Nederlandse Vereniging voor Bestuurders in de Zorg (NVZD) en de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorg en Welzijn (NVTZ), waaruit negen lessen  voor versterking van het interne toezicht kwamen. En dat doen we ook regelmatig in de regio, in masterclasses, of via Governance Colleges die worden georganiseerd vanuit NVTZ en NVZD.