weblogberichten

Het moet van de inspectie

‘Het moet van de inspectie.’ Alle jaren dat ik bij deze mooie organisatie werk hoor ik verpleegkundigen, artsen en bestuurders dit verzuchten tijdens bezoeken. Mijn reactie is meestal de volgende: er moet niets van de inspectie. Ik ga aan iets heel moeilijks beginnen, ik ga proberen helder te maken dat er van de inspectie niets moet. Misschien trekt u nu als lezer een wenkbrauw omhoog of twee. Of u bent verontwaardigd: ‘Maar die inspecteur zei toch tegen mij...’, en dan komt er een verhaal. Of: ‘De inspectie schreef dat wij...’, en dan komt er een brief boven tafel.

Margrit Dethmers

En toch, van de inspectie moet niets. We hebben wetgeving, opgesteld door de vertegenwoordigers die we met elkaar gekozen hebben, daar moeten we het mee doen in ons land. En dan hebben we beroepsgroepen, artsen, verpleegkundigen, psychologen en bedenk het allemaal maar. Op basis van de wetgeving maken de beroepsgroepen hun eigen kwaliteitskaders en richtlijnen voor hun beroepsgenoten. De bedoeling daarvan is dat al die beroepsgenoten zich daaraan houden en als ze afwijken van die richtlijn zij dat gemotiveerd doen. De richtlijnen en kaders gelden voor het hele land. Dus of de cliënt nu in Appelscha woont of in Amsterdam, dat mag geen verschil maken. En dat is waar de inspectie om de hoek komt kijken.

Nu heb ik voornamelijk verstand van de verpleeghuiszorg. Binnen de verpleeghuissector geldt het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Een mooi kwaliteitskader waarin staat wat een cliënt mag verwachten als hij of zij daar wordt opgenomen. Alle partijen die betrokken zijn bij de sector hebben dat met elkaar opgesteld. Wat wij doen, is op basis van dat kader een toezichtsinstrument maken. We testen dat in een pilot, ontvangen feedback van de verpleeghuizen die we bezoeken en passen het instrument daarop aan. De normen die de inspectie beoordeelt, zijn rechtstreeks afgeleid van het kwaliteitskader. En we bedenken geen eigen normen hoor. We mogen het zelfs niet. Onze taak is om aan te geven of de cliënt de kwaliteit van zorg krijgt die hij of zij verdient. En waar we risico's zien voor de cliëntveiligheid.

Mensen met dementie wonen vaak op een gesloten afdeling. De eisen waar zo’n afdeling aan moet voldoen, staan in de Wet Bopz. Het kwaliteitskader geeft richting aan hoe je in praktijk werkt. En de inspectie kijkt of de organisaties het doen zoals het in hun kwaliteitskader is afgesproken. Nu zijn er instellingen die mensen veel vrijheid willen geven. Daar zien we soms prachtige voorbeelden van. Mensen met dementie mogen door het hele huis of in de tuin wandelen, en gaan zelfs met de lift. Bij de voordeur gaat het domoticasignaal op de telefoon van de zorgverlener af. De zorgverlener vangt de cliënt op als hij/zij het pand wil verlaten.

‘Wat vindt u daar nu van?’, wordt mij vaak gevraagd. ‘Mag dat wel? Het staat zo toch niet in de wet?’ Ik vind het geweldig en mijn collega’s vinden dat ook. Niet zomaar, maar als deze zorgorganisaties met de familie de risico’s van vrijheid versus veiligheid met elkaar hebben afgewogen, samen met de arts en andere zorgverleners. Cliënten zijn uiteindelijk rustiger en hebben meer kwaliteit van leven. De afdeling is niet meer gesloten, de vrijheid is maximaal verruimd. Zorgorganisaties wijken bewust en gemotiveerd af van de regels met oog voor de eigen regie en welbevinden van de cliënt.

Kortom, wij kijken of de zorgorganisatie het doet zoals het is afgesproken of gemotiveerd afwijkt. Zodat iedereen de zorg krijgt waar hij/zij recht op heeft en misschien nog wel iets meer. Dus als je hoort ‘het moet...’, kijk in een van de vele richtlijnen over dat onderwerp. En afwijken kan altijd, gemotiveerd met oog voor risico’s versus vrijheid.