Zorgsignalen tijdens coronacrisis – 10 februari

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact hebben we een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. Wij delen deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Hier de signalen van deze week.

Geestelijke gezondheidszorg

Zorgelijk. Het scheert langs de grens van wat kan. Dat zeggen bestuurders in de geestelijke gezondheidszorg over de huidige situatie. Het uitvallen van personeel vraagt veel flexibiliteit en creatieve oplossingen. De druk op de ggz-zorg is hoog, maar de betrokkenheid van medewerkers gelukkig ook. Ze zetten hun schouders eronder, al zijn ze wel moe.

Besmettingen
Net als in heel Nederland neemt het aantal besmettingen met corona bij bijna alle ggz-instellingen toe. Ondanks het gebruik van beschermende en preventieve maatregelen als mondkapjes en looplijnen. Hoewel de omikronvariant van het coronavirus milder is, zijn er toch ook weer medewerkers met long covid te verwachten. Er is onzekerheid over hun herstel en perspectief.

Uitval personeel
Instellingen in en rond de grote steden melden verzuimpercentages tot 15 procent, daarbuiten tot bijna 10 procent. Veel hoger dan een paar maanden geleden. En dan is de uitval van medewerkers die zelf niet ziek zijn, maar wel in quarantaine zitten met een besmette huisgenoot, vaak nog niet eens meegerekend. Dan loopt het verzuim soms op tot meer dan 20 procent. Steeds vaker moeten algemeen opgeleide medewerkers aan de slag op specialistische afdelingen. Ook mensen uit ondersteunende diensten springen bij in de zorg. Dit alles legt druk op de kwaliteit van de zorg. Soms zijn afdelingen gesloten of bedden onbezet.

Instellingen volgen de RIVM-richtlijn over medewerkers die in quarantaine horen te blijven (met een besmette huisgenoot en zelf geen boosterprik, of zelf met coronaklachten). In die richtlijn staat geen uitzonderingsmogelijkheid. Toch kunnen instellingen voor een dilemma komen te staan als zij anders geen zorg meer kunnen geven. In hun protocollen staat dat áls het bij zeer hoge uitzondering nodig is, de zorgverleners beschermingsmiddelen gebruiken en niet voor de meest kwetsbare patiënten werken.

Tegelijkertijd neemt het aantal nieuwe aanmeldingen weer toe. Maar het lukt vaak niet om daar capaciteit voor vrij te maken. De instellingen kiezen er dan voor de bestaande zorg door te laten lopen en voorrang te geven aan acute zorg in crisissituaties.

Andere gevolgen:

  • Niet alle patiënten, cliënten en hun familieleden accepteren maatregelen als quarantaine of isolatie. Hierdoor krijgen zorgverleners soms met dreiging of geweld te maken. Extra personeel of de inzet van beveiligers is dan nodig.
  • Cliëntenraden of familieraden hebben het moeilijk contact te onderhouden met hun achterban. Wel zijn bij de helft van de instellingen de contacten met de cliëntenraad versterkt.
  • Mantelzorgers slagen er steeds minder in zorg thuis te geven bij uitgestelde zorg door instellingen.
  • Er is steeds minder tijd voor leren, reflectie en verdieping. 
  • Instellingen vrezen dat medewerkers de zorg vanwege de hoge werkdruk verlaten. Terwijl de arbeidsmarkt al zo krap is.
  • Het moeten inzetten van dure uitzendkrachten en zzp’ers geeft financiële onzekerheid.

Signaal van MIND
Uit een peiling van belangenorganisatie MIND bleek dat twee derde van de ggz-cliënten die corona hadden opgelopen langer dan drie maanden fysieke klachten had zoals ernstige vermoeidheid, ademhalingsproblemen en cognitief functieverlies. Volgens MIND lijkt het erop dat dat ggz-cliënten een groter risico lopen op long covid dan gemiddeld.
 

Gehandicaptenzorg

Uitval personeel
Ook in de gehandicaptenzorg is de uitval van personeel hoog, door het oplopend aantal besmettingen van zorgverleners of hun huisgenoten.
Zorgverleners met een besmette huisgenoot die zelf niet besmet zijn, mogen aan het werk als zij een boosterprik (langer dan een week geleden) en negatieve PCR-testen (op dag 0 en dag 5) hebben. Maar soms moeten zij toch thuisblijven om voor hun besmette huisgenoot te zorgen, zeker als het om een kind gaat.

Een groot deel van de zorgaanbieders maakt zich ook zorgen over de inzetbaarheid van hun medewerkers op de langere termijn als zij long covid-klachten hebben.

Afschaling van de zorg
Om de werkdruk het hoofd te bieden, is er bij veel zorgaanbieders sprake van afschaling van de zorg. Daarbij houden zij zo veel mogelijk rekening met de behoeften van de cliënten. Daarbij krijgt de functie ‘wonen’ voorrang boven dagbesteding en ambulante zorg.
Enkele voorbeelden van afgeschaalde zorg:

  • dagbesteding op de woongroep in plaats van elders;
  • ambulante zorg via beeldbellen;
  • niet meer dagelijks douchen, maar om de dag;
  • opleidingen van medewerkers uitstellen.

Gehandicaptenzorg thuis
Belangenorganisatie Ieder(in) attendeert erop dat een groot deel van cliënten in de gehandicaptenzorg thuis woont, maar dat deze groep slecht in beeld is bij de overheid. De overheidsinformatie is niet goed op deze groep cliënten gericht. Zij zijn soms angstig door alle berichten over corona. 
Een deel van de ouders houdt kinderen met een beperking uit veiligheidsoverwegingen thuis. Zij maken zich zorgen over de handhaving van de leerplicht.

Financiële problemen
De zorg in coronatijd leidt tot hogere kosten en lagere inkomsten. Als de omzetgarantie wegvalt leidt dit tot financiële problemen. Zorgaanbieders willen graag duidelijkheid over de tegemoetkoming die zij kunnen verwachten op basis van de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Signalen van patiënten- en cliëntenorganisaties

Uitval zorgverleners
Patiënten en cliënten ervaren minder beschikbaarheid van zorgverleners heel direct. Het speelt vooral in de thuiszorg, bij de huisartsen en in de ggz en de jeugdhulp. Maar ook hospices voor palliatieve zorg hebben soms moeite om de roosters rond te krijgen. Gelukkig zijn er regionaal wel goede voorbeelden en samenwerkingen te zien.  

Mantelzorgers voelen zich enorm verantwoordelijk om afgeschaalde zorg over te nemen, en 80 procent doet dit al. Van deze 80 procent geeft 70 procent aan zich zwaar overbelast te voelen.

(On)mogelijkheden thuis
De eenzaamheid onder thuiswonende ouderen en chronisch zieken leek tijdens de laatste lockdown  groter dan tijdens de eerste. De indruk is dat er tijdens de eerste lockdown allerlei initiatieven voor ouderen en patiënten waren, maar nu minder. Ook maakt niet iedereen gebruik van dagbesteding uit angst om besmet te raken. 

Uit een panelonderzoek van de Harteraad onder hart- en vaatpatiënten blijkt dat dat 40 procent weinig mogelijkheden ervaart om met de huidige maatregelen voldoende te bewegen. Dit terwijl bewegen voor deze patiëntengroep van groot belang is.

Er is ernstige vertraging bij onderhoud/reparatie van hulpmiddelen zoals rolstoelen. Dat betekent voor cliënten vaak dat zij beknot zijn in hun mobiliteit.