© HH

Zorgsignalen tijdens coronacrisis - 31 maart

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact hebben we een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. Wij delen deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Hieronder kunt u deze signalen lezen. Ook kunt u zich via e-mail abonneren, zodat u de signalen elke keer in uw mailbox ontvangt.

Vaccineren

De inspectie heeft vaccinatiestraten van een aantal GGZ-instellingen bezocht. Die varieerden van goed georganiseerde en overzichtelijke vaccinatielocaties tot ongeorganiseerde huiskamers. Een complicatie voor de instellingen is dat op dezelfde locatie verschillende vaccins worden gezet.  
 
Zorgaanbieders in de gehandicaptenzorg melden dat het vaccineren, zeker intramuraal, goed gaat en dat de bereidheid onder cliënten groot is (90-95%). Het vaccineren van ambulante cliënten gaat in sommige regio’s goed, in andere regio’s verloopt het stroever en zijn nog niet alle cliënten gevaccineerd. De Branchevereniging voor Kleinschalige Zorg (BVKZ) geeft aan dat huisartsen aanvankelijk vaak niet goed op de hoogte waren van de vaccinatieronde. De vaccinatie van zorgverleners verloopt goed. Eén zorgaanbieder vertelt dat de druk op het personeel door het vaccineren afneemt en dat het goed lukt de roosters rond te krijgen.

Het blijkt voor de Dienst Justitiële Instellingen lastig om de tweede prik bij gedetineerden te organiseren door het grote aantal over- en uitplaatsingen. Hierdoor is het moeilijker om zicht te houden op wie nog een tweede prik moet ontvangen en waar ze op dat moment verblijven. 

Gehandicaptenzorg

Gehandicaptenzorgaanbieders geven aan dat de samenwerking tussen verschillende zorgsectoren goed verloopt. Bijvoorbeeld een onderwerp als 24-uursbereikbaarheid van huisartsen staat nu weer op de agenda. Wel is er bij sommige aanbieders, voornamelijk als het gaat om uitwisseling van personeel, terughoudendheid om andere sectoren te helpen gelet op de verschillen tussen de zorgsectoren, medisch versus agogisch. De bereidheid om elkaar bínnen de sector te helpen bij personeelsuitval te helpen lijkt groter. De BVKZ signaleert angst bij haar leden voor fase 3. Uitval van personeel kunnen zij zelf niet opvangen en afstaan van personeel gaat ook niet. 

Jeugdzorg

Vanuit het toezicht op de jeugdbescherming komt naar voren dat jeugdbeschermers zelf de afweging maken of ze contact met jeugdigen en ouders face-to-face of op afstand hebben. Zij gaan op huisbezoek wanneer ze dat noodzakelijk vinden. Dit betekent in de praktijk dat bij gezinnen waar het veiligheidsrisico lager wordt geschat, veel contact via beeldbellen plaatsvindt. Ouders ervaren dat de relatie met de jeugdbeschermer hierdoor moeizamer is.

Geen strafvervolging bij overmacht tijdens ‘code zwart’

Het Openbaar Ministerie (OM) zal in beginsel geen strafvervolging instellen als een ziekenhuis tijdens fase 3c (‘code zwart’) door de situatie wordt gedwongen om een patiënt niet op de intensive care op te nemen. In die gevallen is er sprake van een noodtoestand. Dat heeft het OM in een brief aan de inspectie laten weten. 

Het gaat hier om de situatie dat landelijk fase 3c is afgekondigd en artsen handelen volgens het ‘Draaiboek Triage op basis van niet-medische overwegingen voor IC-opname ten tijde van fase 3 in de COVID-19-pandemie’. Fase 3c treedt in als ondanks de aangescherpte triage in fase 3a en 3b er tekort aan IC-bedden ontstaat. Er zijn dan meerdere patiënten met een gelijke overlevingskans en een gelijke behoefte aan IC-zorg, terwijl er een absoluut gebrek aan IC-capaciteit is. Onder die omstandigheden is de beslissing om iemand niet op te nemen op de IC niet strafbaar. 

Een eventuele aangifte over een levensdelict (bijvoorbeeld dood door schuld) of over het verlaten van een hulpbehoevende, zal dan worden geseponeerd. Het OM benadrukt hierbij dat patiënten buiten de IC nog wel de best passende zorg zullen moeten krijgen. Alleen als er concrete feiten of omstandigheden zijn die de beoordeling evident anders maken, kan het OM wel tot vervolging over gaan. Dat geldt ook als een Gerechtshof bepaalt dat het OM tot vervolging moet overgaan, na een klacht van een belanghebbende (artikel-12-prodecure).