© HH

Zorgsignalen tijdens coronacrisis - 23 juni

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact hebben we een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. Wij delen deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Hieronder kunt u deze signalen lezen. Ook kunt u zich via e-mail abonneren, zodat u de signalen elke keer in uw mailbox ontvangt.

Jeugd

Meerdere jeugdhulpaanbieders met verblijf melden dat jongeren nog steeds relatief veel thuis zitten (o.a. door quarantaine, uitval dagbesteding, minder mogelijkheden om iets te ondernemen) en dat vraagt veel van het personeel. De jongeren moeten immers wel begeleid worden (extra zorg) en ook moet erop worden toegezien dat onderwijs wordt gevolgd. 

Daarnaast zijn er signalen dat crisisgroepen nog steeds vol zitten. Ook dat vraagt extra inspanning van de medewerkers. De wachtlijsten voor ambulante hulp zijn langer geworden. 

Een aanbieder van jeugd-GGZ aan dat ze nu, tegen het einde van de coronacrisis, meer jongeren zien die ontregeld zijn. Het gaat dan vooral om jongeren met ontwikkelingsproblemen. De gevolgen van de coronacrisis en lock down voor jeugdigen blijven relatief groot (toenemende problematiek en oplopende wachtlijsten, achterstanden in onderwijs, toenemende kansenongelijkheid). Uit een systematische review komt naar voren dat schoolsluitingen als onderdeel van bredere socialeafstandsmaatregelen gepaard gaan met aanzienlijke schade aan de gezondheid en het welzijn van jeugdigen.

Verpleeg- en verzorgingstehuizen

Versoepelingen

We zien in het algemeen dat de meeste zorgaanbieders de versoepelingen goed in praktijk brengen en er echt meer ruimte is ontstaan in de ouderenzorg. De mate van de versoepelingen is ook afhankelijk van de vaccinatiegraad onder cliënten en medewerkers. Zorgaanbieders gaan verschillend om met het gebruik van mondneusmaskers. Bij sommige organisaties hoeft het niet meer, maar het mag wel als medewerkers of bezoekers het willen. De basisregels blijven van kracht, zoals handen desinfecteren, bij klachten testen en thuisblijven en 1,5 meter afstand houden. 

Financiën

Verschillende organisaties maken zich zorgen over de financiering van de extra kosten die de coronamaatregelen met zich mee brengen en hebben gebracht. Hierbij noemen zorgaanbieders de kosten voor persoonlijke beschermingsmiddelen, de extra inzet van personeel en leegstand. Voor mensen die met een persoonsgebonden budget in een woonvorm wonen gelden veelal dezelfde regels, maar de financiële compensatie voor lege bedden en de inzet van extra personeel was er niet.

Vaccinatiegraad 

Over het algemeen is er in de verpleeg- en verzorgingshuizen een hoge vaccinatiegraad onder cliënten. Toch zijn er ook negatieve uitschieters naar een vaccinatiegraad van slechts 10 procent. Cliënten willen zich bijvoorbeeld niet laten inenten omdat ze niet weten wat de bijwerkingen zijn en daar bang voor zijn.

Ziekenhuizen

Ondanks de drukte op de kinder-IC’s vanwege een piek van kinderen met het RS-virus, doen zich geen knelpunten voor in de patiëntenzorg. Dit komt doordat de afstemming tussen de ziekenhuizen goed is en de infrastructuur van het LCPS voor wordt benut. 

Wanneer de mondkapjesplicht wordt versoepeld, roept dat vragen op over de specifieke maatregelen die naast het dragen van mondkapjes gelden in ziekenhuizen – zoals kuchschermen en een beperking van het aantal mensen in de wachtruimtes bij poliklinieken. Ziekenhuizen hebben bij de invoering van die maatregelen zorgvuldige en complexe afwegingen gemaakt, die bij het versoepelen van maatregelen opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden. Dit heeft mogelijk aanzienlijke gevolgen voor de bedrijfsvoering in ziekenhuizen. 

Juist nu de coronadruk in de ziekenhuizen daalt, voelen zorgverleners de impact van de gebeurtenissen van de afgelopen maanden. Dit draagt bij aan het besef dat herstel van zorgverleners belangrijk is. Door nu zorgvuldig invulling te geven aan het criterium dat de zorg voor patiënten met een urgente zorgvraag voorrang heeft, kan (nagenoeg) alle kritiek-planbare zorg tijdig worden geleverd. Toch ervaren ziekenhuizen veel druk vanuit de samenleving en zorgverzekeraars om nog in de zomerperiode ook haast te maken met de overige uitgestelde zorg. Ook concurrentieoverwegingen kunnen daarbij een rol spelen, wanneer particuliere klinieken (waar het personeel niet te maken heeft gehad met extra werkdruk) in de zomer wel meer productie leveren.