Zorgsignalen tijdens coronacrisis - 28 mei

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact heeft de inspectie een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. De inspectie deelt deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Daarnaast publiceert zij deze signalen.

Verruiming bezoekregeling verpleeghuiszorg roept vragen op

In de verpleeghuizen was tot 20 mei alleen bezoek mogelijk als een cliënt terminaal was. Inmiddels is de bezoekregeling verruimd voor alle cliënten. Er is een handreiking voor geschreven vanuit verschillende veldpartijen. Zorgaanbieders geven aan te zoeken naar een praktische invulling van verruiming van de bezoekregeling. Ze hebben hier nog een groot aantal vragen over. De verpleeghuizen vinden het lastig de regeling goed vorm te geven en worstelen hierbij met vragen over extra personele inzet, kosten en de praktische uitvoering.

Verschillen in voorschrijven rustgevende middelen

Er is een wisselend beeld voor onvrijwillige zorg in de verpleeghuissector en gehandicaptenzorg. We hebben het signaal ontvangen dat cliënten rustiger zijn door minder bezoek waardoor minder rustgevende medicatie wordt voorgeschreven. Een ander signaal is juist dat een deel van de cliënten meer onrust ervaart op dit moment en er bij deze groep meer rustgevende medicatie wordt gebruikt. Aanbieders geven aan dat buitendeuren op dit moment vaker gesloten blijven en dat cliënten minder vaak een GPS-tracker hebben.

Zorgen rond schoolgang door kinderen met multiculturele achtergrond

De GGD-GHOR Nederland en de wijkteams geven aan dat zij signalen ontvangen dat kinderen met een multiculturele achtergrond (nog) niet naar school gaan omdat de verzorgenden/ouders vooral naar niet-Nederlandse media luisteren en menen dat het beleid in het buitenland gelijk is aan het Nederlandse beleid.

Zorg voor kinderen met complexe problematiek is onvoldoende opgestart

De zorg voor kinderen met complexe problematiek of combinatie van problematiek is bij meerdere jeugdhulpaanbieders om verschillende redenen niet voldoende opgestart. Van cliëntenorganisaties hebben we begrepen dat jongeren zich door minister-president Rutte en minister De Jonge niet gezien voelden. Het is in dat licht mooi dat minister-president Rutte zich specifiek tot deze doelgroep heeft gericht in zijn persconferentie van 19 mei.

Toename instroom forensische patiënten en termijn zorgmachtiging onder Wvggz

Meerdere aanbieders geven aan dat er een probleem is bij het halen van de termijn rond zorgmachtigingen. IGJ heeft hierover contact opgenomen met het OM. De inspectie heeft de brief met signalen ontvangen van veertien Geneesheer-directeuren. Wij herkennen de signalen over de lange doorlooptijden bij het Openbaar Ministerie (OM). Ook de inspectie vindt dit onwenselijk, daarom is al eerder contact opgenomen met het OM met het verzoek dit proces te versnellen. Verschillende ggz-aanbieders geven aan dat ze meer patiënten binnenkrijgen met een forensische achtergrond met een zorgmachtiging op grond van de Wvggz via de schakelbepaling uit de Wet Forensische Zorg.

Betrokkenheid zorgverleners leidt tot normaal ziekteverzuim bij gehandicaptenzorg

Meerdere zorgaanbieders in de GZ-sector zien nauwelijks of maar een beperkte toename van de werkdruk en ziekteverzuim onder hun werknemers. Zorgaanbieders geven aan dat dit mogelijk komt door meer betrokkenheid en balans onder zorgverleners. De solidariteit is groot en zorgverleners zijn bereid om voor elkaar in te vallen (ook als dat op een andere locatie is). Er is wel sprake van mentale belasting als gevolg van de maatregelen en angst voor besmetting. Mogelijk dat het opstarten van de dagbesteding de druk gaat vergroten op het inzetbare personeel.

Meer face-to-face-contact binnen ggz

Bij de start van de corona-uitbraak zijn de face-to-face contacten veelal omgezet in beeldbellen. Voor patiënten bij wie beeldbellen of even stopzetten van de behandeling geen goede optie was, is en wordt er gezocht naar andere mogelijkheden. Instellingen geven aan nu weer te starten met het opbouwen van face-to-face contacten conform richtlijnen RIVM. Dit geldt voor zowel grote als kleine aanbieders. Voor de komende tijd kiezen zorgaanbieders voor een ‘blended vorm’ van een op maat gericht zorgaanbod: face-to-face op locatie, thuisbezoek als het moet en beeldbellen als het kan of als blijkt dat dit een meerwaarde is. De intake is bij de meeste aanbieders weer op basis van face-to-face contact.

Dagbesteding zorgboerderijen lastig te organiseren

De Federatie Landbouw en Zorg geeft aan dat het niet mogelijk is om de dagbesteding voor alle cliënten open te laten gaan. In de gebouwen moet voldoende ruimte zijn voor het houden van anderhalve meter afstand. Dat betekent dat niet alle cliënten tegelijk gebruik kunnen maken van dagbesteding. De capaciteit zal beperkt zijn tot 60 à 80% van de capaciteit voor de coronacrisis. Daarnaast is het vervoer naar de dagbesteding een probleem. In een taxi kunnen minder cliënten tegelijk vervoerd worden. En het is niet mogelijk om cliënten van één locatie samen te vervoeren, omdat ze niet aangemerkt worden als huishouden. We zien dat zorgaanbieders met creatieve oplossingen komen, maar dit is niet altijd voldoende.

Extra zorgen om bepaalde groepen jeugdigen

Wij krijgen signalen over de zorg voor jeugdigen tussen 12 en 18 jaar. De zorgen gaan om:

  • Jeugdigen die dagbesteding nodig hebben die op dit moment niet doorgaat, vooral uit gezinnen waar ernstige sociaal-economische problematiek speelt. Ouders spelen een cruciale rol in de begeleiding en het maken van afspraken. Juist deze ouders zijn lastig op afstand te coachen.
  • Jeugdigen ouder dan 12 jaar die geen dagbesteding meer hebben en daardoor buiten zicht blijven. Dit is een zorg mijdende groep, waar vaak drugsgerelateerde problematiek speelt.
  • Jeugdigen die ggz-therapie nodig hebben, en voor wie die hulp nog niet is opgestart.
  • Jeugdigen in een logeerhuisverblijf, waarvoor door de geldende maatregelen omtrent samenscholing op dit moment minder mogelijkheden voor activiteiten buitenshuis zijn. Als gevolg hiervan lopen de spanningen op.
  • Jeugdigen die onvoldoende in beeld zijn bij Jeugdbescherming en Veilig Thuis doordat het langer duurt om een huisbezoek mogelijk te maken.

Inmiddels is duidelijk dat vanaf 1 juni het fysieke onderwijs op het voortgezet onderwijs weer wordt opgestart. De NVK signaleert dat voor kinderen in de leeftijd van 13 t/m 18 jaar met een verstandelijke beperking en in de kinder- en jeugdpsychiatrie afstand houden vaak niet mogelijk is. Dat geldt voor kinderen die in een instelling wonen, maar ook voor kinderen op kinderdagcentra of op een ZMLK-school.

Het OMT adviseert in dit geval de strikte eis van anderhalve meter afstand tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en leraren niet van toepassing te laten zijn en het te laten bij de aanbeveling om er zoveel als mogelijk rekening mee te houden (net als op de basisscholen). Omdat het veelal om jongeren gaat die reeds in gespecialiseerde zorgtrajecten zitten, kunnen deze groepen wellicht worden onderscheiden zodat aanpassingen voor deze specifieke groep mogelijk worden.

Voldoende beschermingsmiddelen en testen beschikbaar

De IGJ ontving in de periode van 16 tot en met 22 mei in totaal 14 Covid-19 gerelateerde meldingen (een minder dan vorige week). Van die 14 Covid-19 gerelateerde meldingen bij de IGJ gingen 3 meldingen over (een gebrek aan) PBM en 3 meldingen over coronatesten. Er waren geen meldingen waarin er waarschijnlijk sprake was van een reëel tekort aan PBM of waarin de RIVM-richtlijn rond testbeleid niet werd gevolgd. Uit de contacten die de IGJ heeft met zorgaanbieders, blijkt dat er over het algemeen voldoende PBM aanwezig is en dat het testen goed loopt.