© HH

Zorgsignalen tijdens coronacrisis - 2 december

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact hebben we een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. Wij delen deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Hieronder kunt u deze signalen lezen. Ook kunt u zich via e-mail abonneren, zodat u de signalen elke keer in uw mailbox ontvangt.

Mantelzorgers zwaar belast

Veel mantelzorgers zijn overbelast. Door het ziekteverzuim in de thuiszorg en het stopzetten van de huishoudelijke hulp (uit angst voor besmettingen) ligt er een zwaardere claim op de inzet van mantelzorgers.

Veel thuiswonende kwetsbare ouderen en hun mantelzorgers kiezen voor ‘zelfquarantaine’, spreken weinig tot geen mensen en zijn daardoor eenzaam. Zij voelen zich opgesloten en de tweede golf valt zwaar.
Mantelzorgers worden ook ingeschakeld voor ondersteunende taken in de verpleeghuizen. Meestal zijn mantelzorgers daar blij mee, omdat ze daardoor naar hun verwanten kunnen. Deze inzet zorgt wel voor een groter risico op overbelasting.

Mensen die als mantelzorger een familielid of vriend/vriendin thuis verplegen of verzorgen die besmet is met het coronavirus (of klachten heeft die daarop wijzen), kunnen gratis een pakket persoonlijke beschermingsmiddelen krijgen. Zij kunnen bij een huisarts of de GGD een elektronisch recept vragen op naam van degene die zij verzorgen, en het pakket dan gratis afhalen bij een apotheek. Het pakket bevat chirurgische mondneusmaskers, handschoenen, een bril, schorten en een flacon desinfectans.

De regeling geldt voor mantelzorgers die iemand intensief verplegen of verzorgen en de afstand van 1,5 meter niet valt aan te houden. De regeling geldt ook voor vrijwilligers in de palliatieve zorg, en voor PGB-gefinancierde (in)formele zorgverleners die niet in dienst zijn van (of in opdracht werken van) een zorginstelling of zorgaanbieder.

De regeling geldt al sinds half mei, maar lijkt soms nog niet voldoende bekend. Daarom attendeert de inspectie naast mantelzorgers vooral huisartsen en apotheken erop.

Zorg zo veel mogelijk laten doorgaan

In verschillende regio’s zijn er initiatieven om patiënten eerder uit het ziekenhuis naar een andere omgeving (thuis of een zorginstelling) over te brengen, zelfs als zij nog afhankelijk zijn van extra zuurstof. Zo komt er opnamecapaciteit in ziekenhuizen vrij. Bovendien is een andere omgeving vaak prettiger voor de patiënt en de familie. Uiteraard moet er in de langdurige zorg en in de eerste lijn (waaronder wijkverpleging) voldoende capaciteit zijn. De wijze waarop dit kan worden geregeld verschilt per regio en per initiatief.

In verpleeghuizen in de regio Rotterdam is de druk op eerstelijns bedden nog steeds hoog. Wel is er meer ruimte op de cohortafdelingen, waardoor positief geteste mensen niet meer noodgedwongen op de eigen afdeling hoeven te blijven.

Ook heeft een aantal grote verpleegzorgaanbieders nog steeds de zorg afgeschaald. Eén zorgaanbieder geeft aan in te boeten op welzijn, aandacht en behandeling. Aanhoudend hoog ziekteverzuim (soms boven de 10 procent) speelt in de hele regio, ook in de thuiszorg.

In de GGZ-sector is maatwerk nodig als het gaat over patiënten met corona. Soms hebben patiënten specifieke psychiatrische zorg nodig die niet op een cohortafdeling gegeven kan worden.

Personeel

Ziekenhuizen en medische faculteiten moeten vanwege de coronapandemie de co-schappen van studenten geneeskunde uitstellen. Hierdoor studeren zij later af en komen zij later beschikbaar op de arbeidsmarkt.

Door de hoge werkdruk op de IC’s en bijvoorbeeld meer patiënten per verpleegkundige, voelen IC-verpleegkundigen zich minder toegerust om goede zorg te bieden.

De inspectie vindt dat het welzijn en de inzetbaarheid van personeel meegewogen moet worden bij beslissingen over het aantal patiënten in ziekenhuizen en over het doorgaan van reguliere zorg.

Psychische klachten bij jongeren

Tijdens bezoeken aan samenwerkingsverbanden die onderwijs- en zorgarrangementen (oza’s) leveren, hoort de inspectie dat de hulpvraag van leerlingen vooral ligt op het gebied van welbevinden. Leerlingen kampen met depressieve gedachten. Ook is er meer digitaal pestgedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

De toename van somberheidsklachten blijkt ook uit contacten met wijkteams.