© HH

Zorgsignalen tijdens coronacrisis - 30 december

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact hebben we een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. Wij delen deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Hieronder kunt u deze signalen lezen. Ook kunt u zich via e-mail abonneren, zodat u de signalen elke keer in uw mailbox ontvangt.

Continuïteit van zorg

‘De rek is er uit’ is een veel gehoorde term in de ziekenhuizen en langdurige zorg. Men heeft de afgelopen weken creatieve oplossingen ingezet en de werklast gaandeweg verhoogd. Dit biedt binnenkort geen soelaas meer. Verdere opschaling van de capaciteit is dan niet meer mogelijk zonder verlies van kwaliteit en veiligheid van zorg. 

Door tekorten aan crisisplaatsen zijn zorgmedewerkers ook veel (zorg)tijd kwijt aan het zoeken van plekken. Daarnaast kost het tot stand brengen van intercollegiaal overleg om alles in goede banen te leiden, veel tijd.

De inzet van defensiepersoneel om druk tijdelijk weg te nemen is afhankelijk van de lokale situatie. Het afstemmen van vraag en aanbod zou in goed overleg door de betrokken zorgorganisaties gezamenlijk gedaan kunnen worden. 

Vooral in de provincie Groningen hebben verpleeg- en verzorgingshuizen grote moeite de zorg te organiseren. Verloven van personeel zijn deels al ingetrokken en ander personeel wordt al ingezet. Er lijken geen alternatieven meer te zijn. De situatie leidt tot verstopping in de keten. Cliënten die niet meer thuis kunnen wonen, kunnen bijvoorbeeld niet terecht in een verpleeghuis. Patiënten die vanuit het ziekenhuis moeten revalideren, kunnen niet meer bij het revalidatiecentrum terecht. Thuis hebben zij nog intensieve zorg nodig.

Patiëntenspreiding

De ziekenhuizen spannen zich in om de capaciteit voor COVID-zorg maximaal op te schalen en patiënten te spreiden. Een gevolg hiervan is dat steeds meer reguliere zorg moet worden uitgesteld. Dit betekent dat zorgverleners complexe afwegingen moeten maken over welke patiënten nu behandeld moeten worden en welke zorg uitgesteld kan worden.

De IGJ volgt, in samenwerking met de Nederlandse Zorgautoriteit en het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding, nauwgezet de ontwikkelingen in de regio’s. 

Aandacht voor kwetsbare mensen thuis

Meer dan de helft van de huisartsen zegt dat er voldoende zorg is voor kwetsbare mensen thuis. Wel is er al langer sprake van meer agressie in thuissituaties, meer eenzaamheid en overbelasting van mantelzorgers. Wijkverpleegkundigen gaan soms in eigen tijd terug om bij cliënten eten klaar te maken en samen met hen te eten. 

Zorgen over de jeugd

Mentale problemen onder jongeren nemen toe, ook bij jongeren die in een normale situatie wel weerbaar zijn. Dit geldt vooral voor de randstad, West-Brabant en het oosten van Nederland. Door de lockdown valt de signalering door de jeugdgezondheidszorg op scholen en door wijkteams weg. De problemen komen later in beeld en zijn dan ernstiger. Wachtlijsten die er vóór corona al waren, maken dat kinderen lang op lichte en zwaardere hulp moeten wachten.

Daarnaast is er sprake van grote druk op de jeugd-GGZ door arbeidsmarktproblematiek, beperkte toegang tot jeugdzorg door het bereiken van budgetplafonds van gemeenten, beperkte beschikbaarheid van behandelplekken voor kinderen met acute problematiek en knelpunten in de pleegzorg.

IGJ vindt het belangrijk dat kwetsbare kinderen zo veel mogelijk hun dagstructuur behouden en heeft hiervoor aandacht gevraagd van het ministerie van VWS. 

Vaccineren van zorgmedewerkers en cliënten

Zorgaanbieders proberen hun medewerkers en cliënten zo veel mogelijk te laten vaccineren. Daarom is er behoefte aan informatie om hen goed te informeren en enthousiasmeren.

Zorgen zijn er over een toename van het ziekteverzuim door mogelijke bijwerkingen van de vaccinatie, de tijdinvestering die met vaccineren gemoeid is en capaciteitsproblemen die daardoor nog groter worden.

Onduidelijkheid is er nog over het zorgverleningsbeleid ná de vaccinatieperiode, bijvoorbeeld over het dragen van PBM.

De gehandicaptenzorg staat positief tegenover vaccineren. Sommige aanbieders zijn bezorgd over de lange reistijd naar de vaccinatielocaties.

De geestelijke gezondheidzorg vindt het positief dat zij worden meegenomen in de vaccinatierondes. Het pas láter vaccineren van zorgverleners in ziekenhuizen zorgt dáár echter voor onbegrip en onvrede.