© HH

Zorgsignalen tijdens coronacrisis - 16 december

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact hebben we een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. Wij delen deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Hieronder kunt u deze signalen lezen. Ook kunt u zich via e-mail abonneren, zodat u de signalen elke keer in uw mailbox ontvangt.

Personeel en werkdruk

Ziekenhuizen hebben moeite om de roosters voor de feestdagen rond te krijgen, vooral op de IC-afdelingen. Het personeel is uitgeput en verlangt naar rust en tijd met hun gezin.

In de sector verpleging en verzorging en in de gehandicaptenzorg maken zorgaanbieders zich zorgen over de aanhoudende hoge werkdruk, het hoge ziekteverzuim en een nieuwe golf van toenemende besmettingen.

Zo’n 60% van de huisartsenpraktijken heeft de afgelopen periode te maken gehad met uitval van eigen personeel. Hierdoor konden zij ruim 20% minder zorg verlenen. Wel lijkt het beeld de laatste weken te verbeteren. Er wordt veel gebruik gemaakt van waarnemers.

De IGJ en de Nederlandse Zorgautoriteit hebben op 12 december gezamenlijk een brief aan de minister gestuurd waarin zij hun zorgen uiten over de oplopende werkdruk in de zorg en de fysieke en mentale belasting van zorgverleners. Zij lopen op hun tandvlees. Dit levert ook risico’s op voor patiënten en cliënten.

Continuïteit van zorg

Op IC-afdelingen wordt de gemiddelde ‘ziektelast’ van patiënten steeds hoger; coronapatiënten zijn zieker en liggen langer op de IC. Ook zijn er meer ernstig zieke niet-coronapatiënten. Waarschijnlijk is dat een gevolg van de uitgestelde zorg tijdens de eerste coronagolf en de eerste weken van de tweede golf. Deze trend zal zich naar verwachting langer doorzetten.

Jeugdhulpaanbieders krijgen minder signalen over kwetsbare kinderen en gezinnen. Wijkteams, huisartsen en rechtbanken verwijzen minder jongeren door. Ook gezinnen zelf mijden de zorg. Daardoor zal uiteindelijk zwaardere hulp nodig zijn. Het leidt ook tot financiële problemen, want het lukt de jeugdhulpaanbieders nog niet of nauwelijks om afspraken over compensatie te maken met gemeenten.

Aanbieders van pleegzorg maken zich zorgen over minder zicht op kinderen in pleeggezinnen; het contact vindt vaker digitaal plaats in plaats van fysiek.

Door de duur van de coronacrisis en aanhoudende maatregelen (waaronder quarantaine) krijgen zorgboeren minder cliënten, terwijl alternatieven niet altijd mogelijk of wenselijk zijn. Deze vorm van zorg is hierdoor van 10 tot dertig procent verminderd. Ook hebben de zorgboeren het hierdoor financieel moeilijk.

Zorgen over lage vaccinatiebereidheid

In de verpleging en verzorging en in de gehandicaptenzorg is er een relatief lage bereidheid onder medewerkers om zich te laten vaccineren. Dit stelt de werkgevers voor lastige dilemma’s. Zij vragen zich af hoe zij zorgmedewerkers kunnen motiveren zich te laten vaccineren, zonder hen te verplichten.

Samenwerking met ketenpartners verbeterd

Huisartsenposten zijn positief over de verbeterde samenwerking met ketenpartners. Door de eerste golf zijn andere zorgverleners goed bekend. De communicatielijnen zijn kort.

Ook jeugdhulpaanbieders merken dat de samenwerking met andere zorgaanbieders op sommige onderdelen een impuls heeft gekregen. Zo zegt een jeugdhulpaanbieder nu meer zicht te hebben op het aantal crisisplekken in de regio.