Zorgsignalen tijdens coronacrisis - 12 juni

De inspectie heeft dagelijks contact met zorgverleners, producenten, leveranciers en andere zorgorganisaties over de effecten van het coronavirus op het werk in de zorg. Door dit contact heeft de inspectie een actueel beeld over de kwaliteit van zorg binnen de verschillende sectoren en over mogelijke problemen die deze zorg in de weg staan. De inspectie deelt deze signalen actief met betrokken organisaties zoals brancheorganisaties en VWS. Daarnaast publiceert zij deze signalen.

Zorgaanbieders hebben oog voor mentale belasting personeel

De IGJ hoort van meerdere ggz-aanbieders dat instellingen in deze corona periode bijzondere aandacht hebben voor het personeel. Medewerkers die extra ondersteuning nodig hebben, krijgen ondersteunende gesprekken met een psycholoog.

GGZ wachtlijsten worden korter

GGZ-instellingen laten weten dat de wachtlijsten korter worden. Soms zien patiënten af van zorg en nemen wachtlijsten hierdoor af. Andere instellingen zijn actief bezig met de wachtlijsten. Patiënten op de wachtlijst worden in een aantal gevallen actief benaderd, bijvoorbeeld door ervaringsdeskundigen. Er wordt actief contact gelegd, uitleg gegeven, problemen geïnventariseerd, meegedacht en gezocht naar alternatieve oplossingen. Huisartsen verwijzen minder door dan voor de coronacrisis. Dit lijkt wel beter op gang te komen. Dit is van belang om een stuwmeer aan vraag naar ggz-zorg te voorkomen.

Dagbesteding wordt opgestart en bezoekregeling verder versoepeld

GGZ-instellingen starten langzamerhand weer met dagbesteding en andere activiteiten, zoals sport. Veel instellingen versoepelen ook de bezoekregeling. Soms alleen op het terrein van de instelling: dan zijn hiervoor grotere ruimtes geschikt gemaakt. Dat zijn vaak ruimtes die nu niet optimaal gebruikt worden. Bijvoorbeeld het restaurant, activiteitenruimtes, de gymzaal of vergaderzalen.

Opstarten dagbesteding gaat in meeste gevallen goed

Zorgaanbieders van Gehandicaptenzorg geven aan dat het opstarten van de dagbesteding over het algemeen goed verloopt. Knelpunten zijn nog het vervoer (kosten en beschikbaarheid), angst voor besmetting door cliënten van andere locaties en verwachtingen van ouders over het tempo waarin de dagbesteding wordt opgestart. Meerdere zorgaanbieders geven aan dat de dagbesteding voor ouderen en kwetsbare cliënten zoveel mogelijk op de woonlocatie plaatsvindt.

Informatie tussen gemeenten en jeugdzorg over maatregelen kan beter

Het blijft voor jeugdhulpaanbieders tijdrovend om de financiering met de verschillende gemeenten te regelen. Daarnaast geven aanbieders aan dat de gemeenten verwijzen naar de RIVM-richtlijnen die gevolgd moeten worden. Maar er is een groot verschil hoe gemeenten die interpreteren en hoe gemeenten meedenken over de praktisch uitvoering daarvan. Bijvoorbeeld over het opstarten van de dagbehandeling. Een aantal gemeenten blijft daarnaast achter met directe communicatie naar de kleine aanbieders over de maatregelen. IGJ vraagt gemeenten via de VNG om actief met aanbieders voor logeeropvang mee te denken wat mogelijk is om continuïteit van dit aanbod te garanderen en het NJI om aanbieders van logeeropvang specifiek te informeren over het beleid dat voor hen geldt.

Opstart logeeropvang geeft financiële zorgen en beleid is niet altijd duidelijk

Het overgrote deel van de jeugdhulpaanbieders is gestart met de logeeropvang. Nu de aanbieders door de 1,5 meter maatregel minder jongeren kunnen opvangen, geeft dit financiële zorgen. Daarnaast is het voor aanbieders van logeeropvang niet altijd helder welk beleid op hen van toepassing is. Een aantal aanbieders van logeeropvang heeft het gevoel dat zij ‘tussen wal en schip’ vallen, net als kleine aanbieders en zorgboerderijen. Er is niet een specifieke richtlijn voor aanbieders van logeeropvang. Bij het ontbreken van een heldere richtlijn zijn er aanbieders die zoekende zijn hoe ze deze hulp weer kunnen opstarten. IGJ vraagt gemeenten om actief met aanbieders voor logeeropvang mee te denken wat mogelijk is om continuïteit van dit aanbod te garanderen.

Chatfunctie Veilig Thuis in eerste week veelvuldig gebruikt

Sinds 25 mei 2020 maken de 26 Veilig Thuis organisaties gebruik van een chatfunctie op de website veiligthuis.nl. In de eerste week vonden 400 chatgesprekken plaats. Getuigen van geweld in afhankelijkheidsrelaties vroegen advies. Maar er waren ook mensen die vragen hadden over hun eigen situatie. De inspectie juicht deze ontwikkeling toe omdat er juist in deze coronaperiode zorgen zijn over de situatie achter de voordeur van kwetsbare gezinnen.