Infectiepreventie en aandacht voor antibioticaresistentie in de zorg in Limburg op orde

Zorgaanbieders in Limburg zijn alert op het ontstaan en verspreiden van BRMO, bijzonder resistente micro-organismen die niet meer gevoelig zijn voor gewone antibiotica. De verschillende Limburgse zorgaanbieders werken daarbij ook samen in een netwerk.

Dat blijkt uit een onderzoek door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De inspectie bezocht vorig jaar een selectie van zorgaanbieders uit verschillende sectoren: huisartsen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, thuiszorg, tandartsen, revalidatiecentra, ggz-instellingen, instellingen in de gehandicaptenzorg en GGD’en. In totaal legde de inspectie 38 bezoeken af.

Daarnaast bracht het RIVM de informatieoverdracht tussen verschillende zorgaanbieders in beeld over patiënten met een BRMO. Bijvoorbeeld als een patiënt over gaat van een ziekenhuis naar een revalidatiecentrum, of van een ziekenhuis naar huis met thuiszorg.

Het onderzoek werd vorig jaar uitgevoerd, dus nog voordat het coronavirus uitbrak. De inspectie verwacht dat er inmiddels nog meer aandacht is voor persoonlijke hygiëne, steriliseren en schoonmaak en voor samenwerking in regionaal verband.

Conclusies

  • De zorgaanbieders hebben aandacht voor infectiepreventie, om zo het verspreiden van resistente bacteriën tegen te gaan.
  • De meeste organisaties gebruiken een protocol voor persoonlijke (hand)hygiëne. Ook hebben zij mensen, middelen en materialen voor infectiepreventie en antibioticabeleid. Er is wel meer kennis nodig over reinigen en desinfecteren, zowel bij zorgmedewerkers als bij schoonmaakpersoneel. Bij verschillende huisartsen en bij één tandarts was het sterilisatieproces met een autoclaaf onvoldoende.
  • De meeste zorgaanbieders hebben aandacht van het verantwoord en gericht voorschrijven van antibiotica. Ze maken meestal gebruik van landelijk vastgestelde handleidingen, maar tandartsen doen dat minder.
  • Ondanks een goede score blijft het registreren en het overdragen van informatie over patiënten met BRMO een aandachtspunt bij de overgang van de ene naar de andere zorgverlener. Ook de patiënten willen graag meer informatie ontvangen. 
  • Het inzicht in het eigen antibioticagebruik en vergelijking met andere instellingen kan beter. Dat kan helpen om antibiotica effectiever en gericht in te zetten.
  • Bestuurders van zorgaanbieders zorgen voor een veilige cultuur waarin medewerkers elkaar aanspreken op het naleven van de richtlijnen. De bestuurders moeten volgens de inspectie wel nog meer sturen op kwaliteit en deskundigheid (kwaliteitssystemen, scholing, audits).
  • Veel zorgaanbieders zijn - in verschillende mate - aangesloten bij het regionale zorgnetwerk voor antibioticaresistentie. Zij zien vaak de meerwaarde van verdere samenwerking.
©IGJ

Regionale zorgnetwerken

Er zijn in Nederland tien regionale zorgnetwerken voor antibioticaresistentie. De belangrijkste taak van deze zorgnetwerken is het stimuleren van samenwerking in de regio. Zo kunnen de kennis en vaardigheden op het gebied van infectiepreventie en antibioticaresistentie verbeteren. De inspectie koos er voor om dit toezicht te houden aan het eind van het opstarttraject van de regionale zorgnetwerken ABR.

Er is gekozen om één regio grondig te toetsen om zo ook kennis te kunnen delen met andere regio’s. De keuze van de inspectie voor onderzoek in de regio Limburg was niet gebaseerd op risico’s. Wel speelde de functie als grensregio mee, met samenwerking met zorgaanbieders vlak over de grens met Duitsland en België.