Specialistische verpleging en zorg thuis in de eigen omgeving is goed voor het kind maar kan nog beter worden georganiseerd

Bij kinderen die specialistische verpleging en zorg nodig hebben, vormen ouders, thuiszorgmedewerkers, verpleegkundigen, kinderartsen en huisartsen samen hun netwerk. Zo is het mogelijk deze kinderen thuis te verzorgen en te laten opgroeien. Kinderen en hun naasten zijn hier blij mee. Maar tegelijk brengt de netwerkzorg voor deze kinderen ook kwetsbaarheden en risico’s met zich mee. De belasting voor de ouders is erg groot en de samenwerking in een groot netwerk van zorgverleners is lastig. Ook vullen kinderartsen hun rol als eindverantwoordelijke voor de zorg heel verschillend in. Dit staat in het rapport Specialistische verpleging en zorg thuis die de inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vandaag uitbrengt.

Korrie Louwes, hoofdinspecteur Maatschappelijke Zorg bij IGJ: “Er zijn naar schatting meer dan 3000 kinderen die deze intensieve zorg thuis ontvangen. Over het algemeen is de specialistische verpleging en zorg voor deze kinderen thuis, in de eigen omgeving goed mogelijk. De zorg- en hulpverleners zijn zeer betrokken. Zij doen er alles aan om het voor het kind en de ouders thuis goed te laten verlopen. Het is belangrijk om dat zo te houden. Tegelijk zien we dat de netwerkzorg rondom deze kwetsbare kinderen beter kan en moet. De inspectie vraagt daarom van de branche- en beroepsorganisaties om aan de slag te gaan met de verbeterpunten. Wij gaan over twee tot drie jaar een vervolg geven aan het toezicht op de specialistische verpleging en zorg thuis om te toetsen of de bevindingen en conclusies tot noodzakelijke verbeteringen hebben geleid.”

De inspectie ziet als belangrijkste verbeterpunten:

  • Achtervang voor ouders
    Ouders spelen een belangrijke rol in de zorg thuis. Ze nemen vaak een groot deel van de zorg op zich, maar ook de regie en de coördinatie. Het is belangrijk om ouders daarin te ondersteunen met oplossingen op maat. Voldoende professionals en achtervang door professionals zijn daarbij belangrijk. Er moeten voldoende kinderverpleegkundigen zijn en er moet (respijt) zorg in de regio mogelijk zijn.
     
  • De medische lijn moet duidelijk belegd zijn
    Er moet meer duidelijkheid komen over de manier waarop de (kinder)arts zijn/haar rol invult als eindverantwoordelijke. De huisarts is weinig in beeld. Om taken te verdelen tussen de kinderarts en de huisarts is afstemming nodig. Ook is er meer afstemming nodig tussen de kinderarts en de kinderverpleegkundige. Hoe geeft het zorgnetwerk invulling aan de gezamenlijke regie van ouders en de kinderarts?

Andere verbeterpunten:

  • Goede samenwerking tussen professionals is nodig voor eenheid in beleid: regelmatig overleg, afstemming en evaluatie zijn noodzakelijk. Dat geldt zowel binnen zorginstellingen als met de zorgverleners in het netwerk. Hiervoor moet tijd en ruimte zijn.
     
  • Indicatiestelling van de zorg: er zijn meer uitgewerkte richtlijnen voor verpleegkundigen nodig en meer duidelijkheid over de invulling van gebruikelijke zorg.  De zzp’ers die worden ingezet moeten voldoen aan wet- en regelgeving (bijvoorbeeld (gezamenlijke) dossiervoering).
     
  • Medicatieveiligheid: er moet een actueel medicatieoverzicht zijn als zorgverleners betrokken zijn bij de medicatietoediening.