Patiënten en naasten betrekken bij calamiteiten in GGZ start met goede zorgrelatie

De IGJ wil graag dat GGZ instellingen na een calamiteit patiënten en hun naasten betrekken bij het calamiteitenonderzoek. Dat lukt beter als patiënt en zijn naasten al tijdens de behandeling actief betrokken worden bij de zorg. Dat blijkt uit het onderzoek dat NIVEL en ESHPM in opdracht van IGJ hebben gedaan. Daarnaast is in het onderzoek gekeken naar de mogelijkheden die de IGJ heeft om zorgaanbieders te stimuleren patiënten en naasten betrekken bij het calamiteitenonderzoek.

De ervaringen van patiënten en naasten (of als een patiënt is overleden, de nabestaanden) kunnen aanvullende informatie bieden over de oorzaken van een calamiteit en zo bijdragen aan de verbetering van kwaliteit van zorg. Daarnaast helpt een gezamenlijk onderzoek bij het verwerkingsproces na aangrijpende calamiteiten bij zowel patiënten, naasten als zorgverleners. Zo kan ieder vanuit een eigen perspectief inzicht geven in het ontstaan van de calamiteit.

Goede zorgrelatie

Patiënten en naasten betrekken bij onderzoek naar aanleiding van calamiteiten in de GGZ start met een goede zorgrelatie. Zo bezien is een calamiteitenonderzoek ‘slechts’ het einde van een lang proces dat begint bij de intake. Dit werkt vervolgens ook door in het calamiteitenonderzoek. De analyse van wat er mis ging wordt op deze manier breder dan alleen een analyse van wat er ging er mis ging op het moment van de calamiteit zelf.

Waardevolle inzichten

Het rapport geeft ook waardevolle inzichten voor het toezicht. De inspectie heeft al geruime tijd aandacht voor het betrekken van patiënten/cliënten bij de zorgverlening en ook bij het onderzoek naar aanleiding van een calamiteit. Dit kan bijvoorbeeld zijn als de calamiteit een suïcide(poging) betreft. Een deel van de bevindingen van de onderzoekers wordt al (in toenemende mate) toegepast.

De inspectie wil het betrekken van patiënten en naasten bij onderzoek naar aanleiding van calamiteitenonderzoek van onder andere suïcide(pogingen) verder stimuleren. De inspectie gaat hierover in dialoog met de veldpartijen. Daarbij zal speciale aandacht zijn voor de betrokkenheid van patiënten en naasten bij de dagelijkse zorg; het transparanter communiceren van de manier waarop wordt omgegaan met incident en het onderling leren en uitwisselen van praktijkvoorbeelden tussen instellingen.